Afscheid van Arie en Peter

Katwijk 14 januari 2021,

Het nieuwe jaar is inmiddels 2 weken begonnen en de 1ste actie zit er inmiddels op. Helaas hebben twee bemanningsleden op 1 januari afscheid genomen van hun vrijwilligers werk bij de KNRM. Voor Peter van der Plas gaat na 13,5 jaar de pieper uit en voor Arie van Dijk is dat na 19 jaar. Peter van der Plas was een van de motordrijvers op station Katwijk en bezocht in zijn vrije uren regelmatig het boothuis. Zijn kennis als opgeleid zeeman was van grote waarde bij het onderhoud aan de motoren van de reddingboot. Peter heeft vele acties in diverse weersomstandigheden meegemaakt. Peter zal de komende maanden nog aan ons station verbonden blijven en zijn kennis overdragen aan de nieuwe motordrijvers. Arie van Dijk was opstapper en fotograaf in een. De meeste zullen de foto’s van Arie voorbij hebben zien komen in de nieuwsberichten, social media of op de website van de KNRM. Het maakte niet uit wat de weersomstandigheden waren, Arie maakte de foto’s met als gevolg dat zijn camera’s nat werden. Arie van Dijk verlaat dan misschien wel het station, maar niet de KNRM. Hij zal bij oefeningen en acties foto’s blijven maken namens het hoofdkantoor. Wij bedanken Peter en Arie voor hun jarenlange inzet op het station!

Afscheid vrijwilligers

Katwijk 7 januari 2021,

Het einde van het jaar betekend steevast ook afscheid van vrijwilligers. Arie van Dijk, bij veel reddingstations bekend als de KNRM-fotograaf, heeft afscheid genomen van ons reddingstation Katwijk aan Zee. Arie verlaat de KNRM niet helemaal, hij blijft als vrijwilliger verbonden aan afdeling Communicatie & Fondsenwerving voor het maken van foto’s van KNRM- activiteiten. Hij voelde zich hulpverlener en verslaggever tegelijk. Als vrijwilliger van de Katwijkse KNRM-reddingstation stond Arie van Dijk met zijn camera negentien jaar lang bovenop het nieuws. Nu zwaait hij af.De reddingsactie gaat altijd voor, benadrukt de hulpverlener Van Dijk (44), laat daar geen misverstand over bestaan. De fotograaf in hem is blij dat de KNRM hem altijd de vrijheid heeft gegeven om zijn gele koffertje vol camera- apparatuur mee aan boord te nemen.“Die combinatie is weleens lastig, maar door mijn ervaring ben ik heel goed gaan aanvoelen wanneer er even tijd is om een serie foto’s of een filmpje te maken. Dat gebeurt altijd in samenspraak met de schipper.”De ongebruikelijke dubbelrol heeft hem talloze spectaculaire beelden opgeleverd die een gewone fotograaf vanaf de kade nooit had kunnen maken. Trots wijst Van Dijk ze aan in het boek over honderd jaar KNRM, waarvoor de samensteller grif heeft geput uit zijn archief.Golven“Bij deze is mijn camera gesneuveld, door alle golven van het zoute water die eroverheen kwamen”, zegt hij, wijzend naar een sprekende actiefoto van tien jaar geleden. Daarop is te zien hoe twee catamaranzeilers op de woeste zee aan boord van de reddingboot worden gehesen.“Dat zijn de acties waarbij het er echt om gaat. Die gasten waren bij slecht weer over de kop geslagen. Daar lagen ze dan, in de Noordzee. Gelukkig hadden ze vuurpijlen bij zich waarmee ze ons hebben gealarmeerd. Ze waren zó dankbaar dat we hun leven hebben gered.”De ‘foto van het jaar’, die hem zijn camera kostte, was voor de KNRM uitstekend materiaal om bestaande donateurs mee te bedanken en nieuwe te werven. Essentieel voor een vrijwilligersorganisatie die voor het uitrukken bij calamiteiten geen subsidie ontvangt, in tegenstelling tot de Reddingsbrigade die in het drukke seizoen permanent op het strand aanwezig is. “Het is heel belangrijk om de mensen die ons financieel ondersteunen te laten zien onder welke omstandigheden wij werken”, zegt Van Dijk. “De ervaring leert dat een mooi beeld met twee regels tekst erbij meer zegt dan een A4’tje vol.”In een vorig tijdperk, aan het begin van deze eeuw, stuurde Van Dijk na elke reddingsactie een persbericht rond. Rechtstreekse verslaggeving op sociale media is daarvoor in de plaats gekomen. Dat maakt het extra onrustig in zijn hoofd: het valt niet mee om tegelijkertijd het overzicht te behouden, een bericht op Twitter te plaatsen en op het perfecte moment de camera te pakken.De Katwijker kijkt er naar uit om zich vanaf dit jaar alleen toe te leggen op fotografie. Bij grote acties is hij inzetbaar voor het hoofdkantoor van de KNRM in IJmuiden. “Het is dan geen verplichting meer, ik kan nu zelf keuzes gaan maken.”WaarderingZijn besluit om na 237 acties te stoppen alsvrijwilliger van de Katwijkse afdeling levert hem op Facebook een eindeloze stroom dankbare reacties op. Een beetje beduusd staart hij ernaar op zijn computerscherm. “Iemand schrijft dat het net lijkt alsof ik ben overleden”, zegt hij lachend. “Ik word er een beetje stil van, als ik dit allemaal lees. En dat gebeurt me niet snel. Het is de waardering voor al die inzet, jarenlang.”Tot vijf jaar geleden was Van Dijk dag en nacht beschikbaar voor de KNRM, als hij voor zijn werk geen onregelmatige diensten draaide in demeldkamer van de ambulance. De geboorte van zijn dochter Sophie (5) en zoon Daan (2), twee vrolijke stuiterballen, bracht daar verandering in. “Zij zijn maar één keer jong, dus ik moet prioriteiten stellen. Mijn beschikbaarheid is flink afgenomen. Sinds twee jaar ga ik niet meer mee op de reddingboot. Ik hoopte zo meer tijd te krijgen, maar de praktijk bleek anders.”De zee en het strand blijven trekken, net het mooie teamwerk, maar de voortdurende verplichtingen vallen hem steeds zwaarder. “De pieper gaat altijd op de verkeerde momenten: precies onder het eten, of als ik de kinderen naar bed breng.”Afgelopen week vergat Van Dijk voor het eerst in negentien jaar de pieper aan te zetten. Daardoor zag hij tot zijn schrik ‘s ochtends ineens foto’s voorbijkomen van een nachtelijke actie op het strand. “Geen heel belangrijke, achteraf, maar het is tekenend. Voor mijn gevoel een juist besluit te stoppen.”

Muien
Zijn laatste zomer als vrijwilliger was geen rustig afscheid, door sterke muien in combinatie met springtij. “Zondag 9 augustus, toen ik zelf dienst had in de meldkamer, was de drukste dag in mijn hele carrière. Niet normaal, hoeveel mensen toen in zee in de problemen raakten.” In naar schatting zeventig procent van de gevallen ging het om loos alarm. Er werd in elk geval niemand gevonden of als vermist opgegeven. “Het is een periode dat er ook veel zeehonden voor de kust zitten”, verklaart Van Dijk. “Toeristen weten dat niet. Zij zien hier iets dat op een hoofd lijkt in zee wegzakken, en doen er melding van. Die moeten wij altijd serieus nemen: je wilt niet dat er iemand dood aanspoelt. Samen met de politie stellen we de melders wel heel gerichte vragen. ”De realiteit is hard. “Als iemand echt in de problemen komt op zee en onze pieper gaat, zijn wij bijna altijd te laat. Frustrerend, maar het is wel mooi en belangrijk voor de familie dat slachtoffers terug aan land komen. Zoals de vader en zijn dochtertje die een vriendinnetje te hulp waren geschoten. Dat kwam ongedeerd uit zee, maar zelf redden ze het niet. Reanimatie mocht niet baten. Ze lagen een paar meter uit elkaar op het strand. Ik ben als hulpverlener heel wat gewend, maar dat beeld raak ik nooit meer kwijt.”

Bron: Leidsch Dagblad