AlgemeenContactblad

 

Algemeen

 

De leden van de Speciaalclub Zang NZHU wonen verspreid over Nederland. Het clubblad is daarom een belangrijk middel om elkaar te informeren en ervaringen uit te wisselen. In het Contactblad vindt men verslagen van de door de Speciaalclub georganiseerde activiteiten en artikelen met betrekking tot het houden en fokken van zangkanaries, i.h.b. harzers, waterslagers en timbrado's.
Uitgangspunt is om drie keer per jaar een editie van het Contactblad uit te geven.

Op deze site is de laatste editie van het Contactblad integraal geplaatst.
Elders op deze site vindt men ook, op onderwerp gerubriceerde, artikelen uit vorige edities van het Contactblad.

De eindredactie en distributie van het Contactblad is in handen van:
Jaap Plokker
Hercules 86
2221 MD Katwijk

TOP

 

 

Laatst verschenen edities Contactblad

Hieronder vindt men de laatst verschenen edities van het clubblad van de Speciaalclub Zang NZHU, februari 2020, 36e jaargang, nr. 1 en maart 2020, 36e jaargang nr. 2.


 

Contactblad

Speciaalclub Zang NZHU

De Speciaalclub Zang NZHU is aangesloten bij de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers

Februari 2020, 36e jaargang, nr. 1

Inhoudsopgave            
Voorwoord
Van kermis naar vogeltentoonstelling, deel II: Van landbouwtentoonstellingen tot zangkanariewedstrijden
     Inleiding
     Van agrarische tentoonstellingen naar pluimveetentoonstellingen
     De eerste landelijke pluimveeverenigingen
     Regionale en lokale  pluimveeverenigingen, speciaalclubs
     De eerste vereniging voor houders en kwekers van volièrevogels: Luscinia
     ‘Luscinia’ krijgt navolgers
     Tijdschriften, koepelorganisaties, kanaries en sociale emancipatie
Van kermis naar vogeltentoonstelling - een samenvatting
Verantwoording
Bijlage 1
 

-0-

Voorwoord

door Jaap Plokker

We beginnen dit jaar, waarin we als vereniging ons zevende lustrum vieren, met een speciale extra  editie van ons clubblad.  Deze aflevering is in z’n geheel gewijd aan het ontstaan van vogeltentoonstellingen en zangkanariewedstrijden in Nederland en bestrijkt de geschiedenis van medio de 19e eeuw tot het eind van het eerste decennium van de 20e eeuw.
Vorig jaar ben ik begonnen onderzoek te doen naar de oorsprong van onze vogeltentoonstellingen. Mijn bevindingen voor de periode tot medio de 19e eeuw heb ik geplaatst in het clubblad editie 2019-2. Het vervolg is zo’n uitgebreid verhaal geworden dat het een dubbeldikke extra editie van ons clubblad heeft opgeleverd.
Ik had de kopie over verschillende edities van ons clubblad kunnen verdelen, maar ik heb er voor gekozen om het in z’n geheel, in één extra aflevering, uit te geven. Voor degene die zich ook in het verleden van onze hobby interesseert is het wel zo praktisch om het hele verhaal in één document bij de hand te hebben, te bewaren en, wanneer zich daarvoor een aanleiding aandient, opnieuw te kunnen raadplegen.
Ik heb niet de pretentie gehad dé geschiedenis van het ontstaan van ons verenigings- en tentoonstellingswezen te beschrijven, maar de hier beschreven ontwikkelingen van de Nederlandse zang- en siervogelhouderij vanaf medio de 19e eeuw heb ik nog nergens in een dergelijke samenhang gevonden. Oftewel voor de in de geschiedenis van onze hobby geïnteresseerde is deze editie van ons clubblad het zeker waard om te bewaren.
De speurtocht naar informatie was intrigerend, omdat ik steeds nieuwe ontdekkingen deed, die voor mij soms nog onbeantwoorde vragen opleverden, maar ook tot nieuwe inzichten en verrassende conclusies hebben geleid. Ik hoop dan ook dat voor de lezer het lezen van deze geschiedenis een net zo verrassende ontdekkingstocht zal zijn. En voor wie het allemaal een beetje te veel is een tip: Lees eerst de samenvatting van deel I en II, die begin op blz.. 136, en zoek daarna op waarover je meer zou willen weten. Veel leesplezier.

De tekst van dit clubblad dat volledig bestaat uit onderstaand  artikel staat integraal op deze website onder ‘Artikelen’, ‘Geschiedenis’.

 

Van kermis naar vogeltentoonstelling

door Jaap Plokker


Deel II – Van landbouwtentoonstellingen tot zangkanariewedstrijden

-    Plokker, Jaap, Van kermis naar vogeltentoonstelling - Deel 2 -Van landbouwtentoonstellingen tot zangkanariewedstrijden. In: Contactblad Speciaalclub Zang NZHU, editie februari 2020, 36e jaargang nr. 1, pp.  3- 165.

-0-

 

Maart 2020, 36e jaargang, nr. 2

Inhoudsopgave
Voorwoord
Afluisterochtend 23 november 2019
Verslag clubkampioenschappen 2019
Klok, Gloek & Wloeb
Teamwork of Einzelgängers
Rode bloedmijt op herhaling
Mededelingen
Vraag en aanbod

-0-

Voorwoord

door Jaap Plokker                     

Na de wel erg dikke eerste editie van ons clubblad die jullie in februari kregen toegestuurd volgt nu weer een ‘normale’ aflevering. Ik ontving enkele waarderende reacties op de ‘geschiedenisspecial’ en  het doet me goed te vernemen dat ook anderen interesse hebben voor het verleden van onze sport. Als je je verleden kent weet je ook meer over jezelf. Dit geldt niet alleen op microniveau voor je persoonlijke geschiedenis, die je gevormd heeft tot wie je nu bent, maar is uiteraard ook van toepassing op macroniveau, zoals de geschiedenis van het hebben en kweken van vogels. In het verleden vinden we veel verklaringen voor hoe het in het heden toegaat.
Het vullen van de bladzijden voor deze tweede editie ging wat vlotter dan ik me aanvankelijk had voorgesteld. Een van de redenen om wat sneller dan gepland deze editie te verspreiden houdt verband met het artikel over bloedmijten. Mochten  lezers hier wat mee willen doen dan is snelheid geboden. Voor je het weet loopt de temperatuur in maart  op tot boven de 12 graden Celsius en dan worden de bloedmijten een stuk actiever.
Naast de aanvullende bijdrage op de in Contactbad 2019-1 gepubliceerde artikelen over bloedmijtbestrijding bevat deze editie een terugblik op de in 2019 georganiseerde activiteiten: de afluisterochtend en uiteraard onze 35e clubkampioenschappen.

Verder vinden jullie in deze editie ook twee ‘open brieven’ aan het zangkanariekeurmeesterskorps  van de NBvV. Ik heb er de tijd voor genomen om te overwegen of ik dit wel of niet zou doen, maar uiteindelijk toch besloten twee artikelen te wijden aan het functioneren van het team van zangkanariekeurmeesters.  In gesprekken met kwekers bespeur ik in toenemende mate ergernis en onbegrip over hun functioneren en ik kan daar vanuit eigen ondervinding ook begrip voor hebben. Zo’n situatie is niet goed voor zowel de keurmeesters, de kwekers, als onze sport. Ik hoop dan ook dat de artikelen zullen leiden tot wat ik er mee beoogd heb: Transparantie en een zo eerlijk mogelijke beoordeling tijdens wedstrijden.

-0-

 

 Afluisterochtend 23 november 2019

 door Jaap Plokker

Op zaterdag 23 november 2019 werd voor de negende keer een afluisterochtend georganiseerd. Behalve het met elkaar luisteren naar hopelijk mooie vogels is deze activiteit ook bedoeld om zich te bekwamen in het kritisch luisteren en beoordelen van het lied.

Vanaf 09.30 u. druppelden de leden het clubgebouw van ‘De Kanarievogel’ aan de Oude ’s Gravendijckseweg te Katwijk binnen. Onder het genot van een kopje koffie werden de laatste nieuwtjes uitgewisseld. Om 10.00 u. waren we met 10 personen  en 48 waterslagers, oftewel 12 stammen. Later zouden Joop Aelbrecht en Freek Schot ook nog aanschuiven.

Opzet
Na kort overleg werd besloten de opzet van voorafgaande jaren, het invullen van keurlijstjes, te laten voor wat het was en gezamenlijk de vogels af te luisteren. Wel zouden we de vogel kritisch volgen om aan het eind een prijs uit te kunnen reiken aan de mooiste stam en mooiste vogel van de ochtend. Jaap had voor de gelukkige eigenaren gerookte makrelen meegenomen.
Eén voor één kwamen de 12 stammen op tafel en namen we per stam een kwartiertje de tijd om te luisteren en het lied te becommentariëren. Gelukkig zongen vrijwel alle vogels goed door en er viel dus veel over het lied te bespreken, waardoor het een bijzonder onderhoudende morgen werd.  Duidelijk was te horen dat de ene stam veel verder in zangontwikkeling was dan de ander. Hetgeen natuurlijk op 23 november niet vreemd is.
Opmerkelijk waren ook de verschillen tussen viertallen van dezelfde kweker. Duidelijk is dat de kwekers zich niet alleen bij hun eigen vogels houden, maar af en toe ook eens ‘vreemde’ mannen aanschaffen om de zang op hun hok te verbeteren. Stamvreemde kweek en voorzang leiden duidelijk tot variatie in het lied en gaat ten koste van de eenheid van zang. Zo hoorden we van Tinus Teeuwen, Chagas Pinheiro en Jaap Plokker duidelijk van elkaar verschillende vogels.

Foto. Op zaterdag 23 november 2019 organiseerden we onze negende afluisterochtend.  Vlnr. Gerard de Brabander, Krien Onderwater, Piet Drop en Jan Zonderop.

Leuk was om ook van elkaar te vernemen wat het kweekplan was geweest, wat men had beoogd om vervolgens met elkaar naar het resultaat te luisteren. Zo had Jaap Plokker twee mannen bij Jan Zonderop aangeschaft om daarmee de rollende waterslag in zijn vogels te verbeteren. Hij had zonen van deze mannen meegenomen en op tafel gezet. Er waren mannen waarin Jan Zonderop gelijk de zang van zijn vogels herkende, maar er waren ook zonen met een lied waarin de zang van vader in de verste verte niet te herkennen was. Jaap liet ook vogels horen die geen afstammelingen waren van de mannen van Jan Zonderop, maar wel een veel betere rollende waterslag lieten horen dan hij vorig jaar had. Die hadden dus duidelijk  goed naar de mannen van Jan Zonderop geluisterd en een deel van hun zang overgenomen. Toen Jaap vertelde dat het zonen waren van een man van Krien Onderwater gaf Krien aan dat hij in het recente verleden een mooie rol op zijn vogel had, maar dit de laatste jaren wat minder was geworden. Door ze het goede voorbeeld te laten horen hadden ze hetgeen kennelijk wel in hun vermogen lag weer opgepikt.
Zo werd het in meerdere opzichten een interessante ochtend, die werd afgesloten met het aanwijzen van de winnaars van de makrelen. We kwamen er met elkaar niet helemaal uit: drie kandidaten voor twee makrelen, t.w.  een viertal van Tinus Teeuwen, André Toet en Krien Onderwater. Het lot besliste dat Andre en Krien met een gerookte makreel naar huis gingen. Nadat het zeebanket aan de gelukkige winnaars was overhandigd dankte Jaap Plokker de aanwezigen voor hun komst, de gezellige sfeer en wenste iedereen een wel thuis toe.

Foto. Op zaterdag 23 november 2019 organiseerden we onze negende afluisterochtend.  Vlnr. Chagas Pinheiro, André en Ton Toet, Tinus Teeuwen, Gerard de Brabander en Krien Onderwater.

-0-

 Verslag Clubkampioenschappen 2019

 door Jaap Plokker


Van 19 t/m 21 december 2019 organiseerden we onze 35e clubkampioenschappen. Voor de vierde achtereenvolgende keer vond dit evenement plaats in het gebouw van Stichting Kleindierensport Katwijk, tevens het clubgebouw van vogelvereniging ‘De Kanarievogel’.
Voor de eerste maal waren de kampioenschappen voor zangkanaries van het district Zuid Holland van de NBvV ingevoegd in de wedstrijd van de NZHU.

Langzamerhand wordt het organiseren van onze clubkampioenschappen in het gebouw van de Katwijkse vogelvereniging ‘De Kanarievogel’ een ‘traditie’ met alle routine die daarbij komt kijken. Een primeur was dit jaar dat  de kampioenschappen voor zangkanaries van het district Zuid Holland van de NBvV ingevoegd waren in de wedstrijd van de NZHU.  
De jaarvergadering op 26 november 2019 was tevens de sluiting van de inschrijving. Donderdag 28 november 2019 kwamen Gerard van Zuijlen, Ton Diepenhorst, Piet Hagenaars  en Jaap Plokker bij Ton thuis bij elkaar om de inschrijvingen te verwerken en de volgorde van keuring te loten. Nadat alle inschrijvingen waren verwerkt bleken 18 leden 288 zangkanaries te hebben ingeschreven, t.w. 36 harzers en 252 waterslagers. De 36 harzers waren ingeschreven als 9 stammen. De 252 waterslagers waren onderverdeeld in 30 stammen, 29 stellen en 74 enkelingen. Vanuit Zuid Holland waren geen inschrijvingen ontvangen voor deelname aan de districtswedstrijden, waardoor de districtsprijzen ook onder de met Zuid Holland verbonden leden van de NZHU verdeeld zouden worden.
Ten opzichte van 2018 was het aantal deelnemers opnieuw minder, 21 in 2018 tegenover 18 in 2019. Aan de trend van het afnemende aantal deelnemers, die in 2010 was ingezet, komt maar geen einde. Dit houdt onlosmakelijk verband met het ledenbestand dat ook ieder jaar afneemt. Gelukkig was het totaal aantal vogels niet veel minder dan in 2018 met 294 zangkanaries in 2018 en 288 in 2019. Wel was er een verschuiving. Het aantal harzers was met 60 naar 36 vogels bijna gehalveerd, hetgeen dus vrijwel geheel werd gecompenseerd met meer waterslagers in 2019 dan in 2018. Voor het aantal ingeschreven vogels waren 1 harzerkeurmeester en 5 waterslagerkeurmeesters benodigd, exact het aantal vooraf gecontracteerde keurmeesters.
In de eerste volle week van december organiseerde de Katwijkse vogelvereniging ‘De Kanarievogel’ traditiegetrouw haar afdelingstentoonstelling. Hiervoor waren 212 waterslagers ingeschreven en zoals al jaren gebruikelijk is maakte zij gebruik van onze keurkamers en vervoerkoffers. Dit betekende dat meer dan de helft van het materiaal dat wij voor onze wedstrijd nodig hadden al in het gebouw aanwezig was toen wij met de voorbereidingen op onze clubkampioenschappen begonnen.

Foto. Opbouwen van onze 35e clubkampioenschappen op donderdag 19 december 2019. Er zijn al drie keurkamers opgezet en de derde wordt overeind gezet door Henk Oudshoorn, Gerard van Zuilen en Tinus Teeuwen.

Opbouw en inkooien 19 december 2019
Op donderdag 19 december 2019 was ca. 09.30 u. de opbouwploeg, bestaande uit Krien Onderwater, Henk Oudshoorn, Jaap Plokker, Piet Hagenaars, Gerard van Zuijlen en Tinus Teeuwen in het gebouw present om de ruimtes vrij te maken, de keurkamers op te zetten, tafels met vervoerkoffers klaar te zetten voor het inkooien, etc., etc. Ook gingen twee mensen naar Ton Diepenhorst om daar diens aanhanger te laden en het resterende benodigde wedstrijdmateriaal naar het clubgebouw te vervoeren. Voor de harzers was gekozen voor een andere opzet. In plaats van het plaatsen van een keurkamer in de opslagruimte van KoPluKo was besloten de vogels te keuren in een gedeelte van de opslag van ‘De Kanarievogel’, daar waar voorgaande jaren de harzers waren ondergebracht opgesteld. De harzers werden nu vlak bij de ‘keurkamer’ opgesteld in dezelfde ruimte waar de waterslagers stonden en werden gekeurd: de inkorf/TT-ruimte dus. Dit scheelde enorm veel werk, omdat de opslag van KoPluKo niet ontruimd hoefde te worden. Omdat Theo Kramp had aangegeven zich niet meer in staat te achten het ‘voorbrengwerk’ te doen, moest nu ook de harzerkeurmeester zelf de vogels pakken. Achteraf was dit gezien de omstandigheden een prima oplossing. Mede door de werkbesparing bij de harzers liep het opbouwen gesmeerd en omstreeks 12.30 u. stond nagenoeg alles op z’n plek en konden de inkooiers de  inzenders ontvangen. Inmiddels waren ook Piet Drop, Paul Schilte en Jan Zonderop gearriveerd, die het inkooien verder zouden begeleiden. Vanaf 13.30 u. druppelden de deelnemers met hun vogels geleidelijk binnen. Ca. 19.45 u. werd de balans van het inkooien opgemaakt. André Schrama had zijn vogels teruggetrokken,  omdat hij de vogels kwalitatief niet wedstrijdwaardig vond. Verder waren alle inzenders gekomen en hadden al hun ingeschreven vogels ingeleverd, zodat de vogels over de keurkamers verdeeld konden worden. Om 20.45 u. konden de lichten uit en heerste er volkomen rust in het gebouw.

Keuringsdag 20 december 2019
Toen Jaap Plokker ca. 07.30 u. bj het clubgebouw arriveerde stonden daar al de keurmeesters Willy Kling en Toon van Gestel. Om de verkeersdrukte voor te zijn waren ze vroeg van huis gegaan met als gevolg dat de reis probleemloos verliep en zij dus al vroeg  hun bestemming hadden bereikt. Vanaf ca.08.00 u. kwamen ook de overige keurmeesters binnen. Inmiddels waren de koffers even open gezet om de vogels gelegenheid te geven te eten en te drinken. Na een kopje koffie met kerststol en het welkomstwoord van Jaap Plokker kregen de keurmeesters de blinde lijst uitgereikt en konden om 09.00 u. de eerste vogels op tafel gezet worden. De vogels werden door 6 keurmeesters beoordeeld: de harzers door Erik Buizer; de waterslagers door: Joop Aelbrecht, Jan de Bruine, Willy Kling, Toon van Gestel en Krien Onderwater.
Vaak wordt er voorafgaand aan de keuringsdag naar het weerbericht geluisterd en uitgekeken naar een hoge luchtdrukgebied. Teisterden vorig jaar de wind- en regenvlagen het gebouw, dit jaar was het buiten een stuk rustiger, maar daarvan was in de keurkamers weinig te merken. Over het geheel zongen de vogels niet echt door. Dit gold zowel voor de harzers als de waterslagers. De vogels kwamen lastig op gang, braken vaak hun lied af, namen elkaar niet mee, kortom de keurmeesters moesten de  punten bij elkaar schrapen. Binnen dit algemene beeld waren er natuurlijk ook de gebruikelijke uitzonderingen: vogels die de sterren van de hemel zongen. Met als resultaat dat de prijswinnaars een respectabel aantal punten bij elkaar hadden verzameld.
Terwijl de keurmeesters de vogels afluisterden en de keurbriefjes invulden was elders in het gebouw het wedstrijdsecretariaat in vol bedrijf: Piet Drop, Max Gerhards, Paul Schilte en Jan en Tiny Zonderop verzamelden de keurlijsten, schreven de namen en ringnummers er op en voerden in de computer de resultaten in.  Tegen etenstijd verscheen ook Ageeth Onderwater om te helpen bij het diner.
Om 12.30 u. werd de keuring onderbroken voor een aperitiefje en omstreeks 13.00  u. arriveerde Ton Diepenhorst met het Chinees buffet, dat weer, als vanouds, voortreffelijk smaakte.
Het leek er op dat de vogels op de middag gewacht hadden om ‘em van katoen te geven, want na  het diner zongen de vogels beduidend vlotter dan ’s morgens. Vanaf 16.00 u. druppelden de keurmeesters met hun laatste keurlijsten binnen en nadat voor de keurmeesters hun dagtaak er op zat konden de medewerkers aan de slag om de keurkamers af te breken, de waterslagers weer op volgorde te zetten en de opstelling voor het afluisteren op zaterdag klaar te zetten.
Inmiddels had Ton Diepenhorst z’n aanhanger opgehaald  en werd een deel van het niet meer benodigd wedstrijdmateriaal opgeladen en naar de opslagruimte in Ton’s schuur vervoerd. Dat scheelde in ieder geval op 21 december na het uitkooien een rit. Daarna was aan vrijwel iedereen een welverdiende rust gegund. Dat gold niet voor Jaap Plokker die nog een klusje te klaren had: het in orde maken en drukken van de catalogus en oorkondes die daags daarop resp. aan de inzenders en prijswinnaars zouden worden uitgereikt. Rond 23.00 u. lag voor iedere inzender de catalogus klaar, waren de oorkondes gedrukt en zat voor hem de dag er ook op.

Foto. Donderdag 19 december 2019. De opbouwploeg aan de koffie: Krien Onderwater, Ton Diepenhorst, Gerard van Zuilen, Tinus Teeuwen, Henk Oudshoorn en Piet Hagenaars.

Studiedag 21 december 2019
Op zaterdag 21december hadden we onze traditionele studiedag. De dag begon met het vaste ritueel van het open zetten van de koffers zodat de vogels konden eten en drinken. Om 09.00 u. arriveerde Jacques de Beer en konden de ringen van de belangrijkste prijswinnaars gecontroleerd worden.
Vanaf 09.30 u. druppelden de eerste mensen binnen en ca. 10.00 u. opende  Jaap Plokker de studiedag met een korte toespraak, die besloten werd met de bekendmaking van de  prijswinnaars. Vervolgens werden de catalogi en keurlijsten uitgedeeld. Nadat die in ontvangst waren genomen volgde een periode waarin men het erg druk had met het bestuderen van de catalogus, de eigen keurlijsten en die van de tafelgenoten. Inmiddels was het aantal bezoekers gegroeid en het dus de hoogste tijd om de eerste vogels af te luisteren.
Om ca. 10.30 u. begon de eerste afluisterronde. Andries Gort nam z’n vertrouwde plekje weer in en de vogels konden op tafel. Voor het middaguur was er voor de waterslagers één uitgebreide afluisterronde waarin de mooiste enkelingen, prijswinnende stellen en enkele opmerkelijke stammen die buiten de prijzen gevallen waren, op tafel kwamen. In tegenstelling tot de dag daarvoor begonnen de meeste waterslagers zodra ze op tafel stonden te zingen. Ook vogels die daags daarvoor niet tot zingen te bewegen waren lieten nu uit volle borst horen waartoe ze in staat waren.
Geheel volgens het tijdschema ging iedereen om ca. 12.00 u. naar het conversatiegedeelte van de vergaderzaal voor de middagpauze. Daar kon men zich te goed doen aan erwtensoep, broodjes gehaktbal, etc. Ageeth Onderwater en Tiny Zonderop hadden de handen vol om aan iedereen het bestelde te kunnen presenteren. Van de pauze werd tevens gebruik gemaakt om een verlotingsronde te houden en wisselden de eerste orchideeën van eigenaar.
In de middag was er ook één afluistersessie. De mooiste stammen waterslagers kwamen op tafel. Opvallend vond ik de ontspannen sfeer waarin op de studiedag de waterslagers werden afgeluisterd, naast de noodzakelijke stilte om de vogels goed te kunnen horen was er ook volop gelegenheid voor discussie. Opmerkelijk is de stilte die valt op het moment dat er mooie vogels op tafel staan. Dan hoeft niemand gemaand te worden z’n mond dicht te houden. Dit was zeker het geval toen de kampioenen stellen en kampioen stammen van Willy Kling op tafel stonden: schitterende vogels.
Bij de harzers waren er alleen vogels van Max Gerhards en Jacques de Beer op de wedstrijd. Zij hadden besloten om elkaars vogels, die ze in een ander verband al eerder uitgebreid hadden gehoord, niet af te luisteren en hadden ze vrijdagavond al mee naar huis genomen.
Omstreeks 14.30 u. werd het laatste viertal van tafel gehaald en nam iedereen plaats in de vergaderzaal voor een drankje, een pauzepraatje en de tweede en laatste verloting o.l.v. Ageeth Onderwater en Tiny Zonderop.  Dankzij Gerard van Zuijlen zaten er weer schitterende orchideeën in de prijzenpot en de meeste lotenkopers konden dan ook één of meer gewonnen orchideeën mee naar huis nemen.
Alvorens tot de uitreiking van het eremetaal over te gaan werden Ageeth Onderwater en Tiny Zonderop bedankt voor de het organiseren en bemensen van het buffet en de hulp bij het wedstrijdsecretariaat op de keuringsdag. Andries Gort werd bedankt voor de leiding bij het afluisteren van de waterslagers en het becommentariëren van de zang. Zij gingen ieder aan het eind van de middag met een mooie orchidee naar huis. Ageeth Onderwater haalde Jaap Plokker naar voren om hem te bedanken voor al het werk dat hij afgelopen jaar weer voor de vereniging had gedaan en ook hij kreeg een mooie orchidee overhandigd.
De studiedag werd traditioneel afgesloten met de prijsuitreiking. Begonnen werd met het uitreiken van de prijzen van de districtszangwedstrijd van Zuid Holland, gevolgd door de  prijsuitreiking van de clubkampioenschappen van de NZHU. Dit jaar bestond  het ‘eremetaal’ wederom uit geldprijzen. Als blijvende herinnering ontvingen de 1e t/m 3e prijswinnaars en de derbywinnaars een oorkonde.
Geheel volgens planning, nl. om 15.00 u., kon begonnen worden met het uitkooien. Hierna volgden voor de medewerkers nog de grote schoonmaak en het vervoer van het materiaal naar de opslagruimte bij Ton Diepenhorst. Dankzij de welwillende medewerking van een groot aantal inzenders ging het opruimen bijzonder snel. Terwijl een groepje het materiaal naar de opslag vervoerde en daar op z’n plek zette bleven anderen in het gebouw achter om alles in te richten zoals het op donderdag was aangetroffen. Dankzij de minder bewerkelijke opzet bij de harzers en het vele opruimwerk dat vrijdag al was gedaan verliep het opruimen aanzienlijk vlotter dan voorafgaande jaren. Om ca. 16.30 u. stond al het materiaal in de opslag bij Ton Diepenhorst en zag het clubgebouw er weer uit zoals we het op donderdag hadden aangetroffen.

Foto. Donderdag 19 december 2019. Inkooien. Jan Zonderop pakt de vogels van Henny Kling, Piet Drop registreert en Willy Kling kijkt toe. Zijn vogels staan al in de koffers.

Slot
Tot slot is een bijzonder woord van dank op z’n plaats. Ik wil Stichting Kleindierensport Katwijk bedanken voor het beschikbaar stellen van het gebouw voor onze wedstrijd en beheerder Bouwe Nijgh voor zijn welwillen-de medewerking, de verenigingen ‘De Kanarievogel’ en ‘KoPluKo’ voor het mogen gebruiken van hun faciliteiten in hun clubgebouw. Ik wil graag Krien  en Ageeth Onderwater in dit dankwoord betrekken voor het wederom organiseren van het buffet. Jullie hebben het dit jaar weer voortreffelijk gedaan, bedankt.  Een bijzonder dankwoord is ook op z’n plaats voor Tiny Zonderop, die op vrijdag het wedstrijdsecretariaat en op zaterdag Ageeth Onderwater achter de bar terzijde heeft gestaan en voor Andries Gort voor het leiden van de afluistersessies van de waterslagers gedurende de studiedag. Ook de leden die het bestuur hebben geholpen tijdens de opbouw- en opruimwerkzaamheden en hand- en spandiensten hebben verricht tijdens de wedstrijd- en studiedagen, worden uiteraard in de dank betrokken, t.w.  Piet Drop, Jan Zonderop,  Krien Onderwater, Henk Oudshoorn en Tinus Teeuwen. Dank ook aan Ton Diepenhorst die, ondanks dat hij zijn bestuurswerk aan de wilgen heeft gehangen, weer de nodige taken op zich had genomen. Naast genoemde personen wil ik ook graag de inzenders in mijn dank betrekken voor het helpen bij het opruimen van de wedstrijdlocatie na het uitkooien. Last but not least wil ik m’n medebestuursleden, Piet, Gerard, Jacques, Max en Paul bedanken voor hun betrokkenheid en inzet zowel gedurende de wedstrijd als voor de vereniging gedurende het jaar 2019.
Onze 35e clubkampioenschappen werden voor de vierde keer georganiseerd in het gebouw van Stichting Kleindierensport Katwijk. De organisatie verliep geheel naar wens en de sfeer tijdens de studiedag was ouderwets ontspannen en gezellig. Het was daarom in mijn beleving van 19 t/m 21 december 2019 goed toeven in het gebouw van Stichting Kleindierensport Katwijk. Hopelijk tot volgend jaar.

Prijswinnaars 2019
Speciaalclub Zang NZHU
De prijswinnaars van onze 35e clubkampioenschappen, welke gehouden werden van 19 t/m 21 december 2019, zijn:

Harzers:
Meesterzanger: Max Gerhards, 89 pnt.
Stammen: 1e prijs: Max Gerhards, 356 pnt.; 2e prijs stammen: Jacques de Beer, 349 pnt.
Derby: Jacques de Beer, 88 pnt.
Waterslagers:
Meesterzanger en winnaar NBvV Bondskruis: Willy Kling, 151 pnt.
Stammen: 1e prijs: en 2e prijs: Willy Kling, resp. 596 en 590 pnt.; 3e  prijs: Gerard de Btrabander, 586 pnt.; 4e prijs: Krien Onderwater, 585 pnt.; 5e  prijs: Henny Kling, 570 pnt.
Stellen: 1e en 2e prijs: Willy Kling, resp. 303 pnt. en 301 pnt.; 3e prijs: Krien Onderwater, 287 pnt.
Enkelingen: 1e en 2e prijs: Chagas Pinheiro, resp. 141 en 137 pnt.; 3e prijs: Willy Kling, 135 pnt.
Derby: Willy Kling, 150 pnt.

Districtskampioenschappen zangkanaries van Zuid Holland
De prijswinnaars van de in de clubkampioenschappen van de Speciaalclub Zang NZHU gevoegde  kampioenschappen voor zangkanaries van het district Zuid-Holland van de NBvV in 2019 zijn:  
Algemeen kampioen zangkanaries: Krien Onderwater, 149 pnt., met een waterslager.

Harzers:
Stammen: Goud: Max Gerhards, 359 pnt.; zilver: Jacques de Beer, 349 pnt.; brons: Jacques de Beer, 343 pnt.
Waterslagers:
Stammen: Goud:  Gerard de Brabander, 586 pnt.; zilver: Krien Onderwater, 585 pnt.; brons: Gerard de Brabander, 565 pnt.
Stellen: Goud en zilver: Krien Onderwater, resp. 287 en 283 pnt.; brons: Jan Zonderop, 277 pnt.
Enkelingen: Goud en zilver: Chagas Pinheiro, resp. 141 en 137 pnt.; brons: Boudewijn van der Stelt, 135 pnt.

-0-

Klok, Gloek & Wloeb

door Jaap Plokker

De klokkende waterslag is niet alleen de hoofdtoer in het waterslagerlied, maar manifesteert zich ook in velerlei vormen. Al naar gelang de smaak zal iemand de ene vorm prevaleren boven de ander, maar wat we met elkaar formeel tot ‘mooi’ hebben bestempeld staat omschreven in de zangtheorie. Dit moeten we niet uit het oog verliezen. Als puntje bij paaltje komt, hebben we zelf weinig te vinden, maar dienen we ons te schikken naar de zangtheorie en de daarop gebaseerde standaardeisen. Wat is daarin te lezen over de klokkende waterslag?  

Wie kent niet Kwik, Kwek & Kwak, de neefjes van Donald Duck? Klok, Gloek & Wloeb zijn een stuk minder bekend. Het zijn ook geen stripfiguren uit Disneyworld, maar termen uit de wereld van de waterslagerkwekers. Waar voor mij Kwik, Kwek en Kwak klonen van elkaar hadden kunnen zijn, zit er tussen Klok, Gloek & Wloeb een wereld van verschil en daar gaat dit artikel ook over.

Een bijzonder gesprek
Afgelopen tentoonstellingsseizoen had ik een geanimeerd gesprek met een waterslagerkeurmeester. Desbetreffende keurmeester ergerde zich mateloos aan de klokkende waterslag waarin de geslagen vorm wordt gecombineerd met een bel. Hij constateerde dat hij in toenemende mate deze vorm van klokkende waterslag  hoorde en maakte zich hierover zorgen. Hij adviseerde  kwekers deze vogels uit hun kweekbestand te verwijderen. Tevens constateerde hij dat collega keurmeesters deze samengestelde klok-bel als klokkende waterslag veel te hoog waardeerden. Naar zijn mening zouden de fokkers zich moeten toeleggen op een klokkende waterslag die met de medeklinkers ‘wl’ of ‘bl’ als inzet, op de grondtoon ‘oe’ wordt gezongen. Dat waren, zijns inziens, de mooiste vormen. Toen ik hem voorhield dat dit wel erg aansloot op de Belgische visie, waarin de klokkende waterslag het geluid moest maken van een luchtbel, die vanuit de diepte aan het wateroppervlak komt en openbarst, was zijn ontboezeming: ‘De Belgen hebben ook de mooiste klokkende waterslag’.

Verontrust
Het gesprek verontrustte mij, want hier sprak een keurmeester die bij z’n beoordeling uitging van een eigen visie op de klokkende waterslager, gebaseerd op een persoonlijke voorkeur die, mijn inziens, afweek van de  zangtheorie aan de hand waarvan de Nederlandse keurmeesters al decennialang waterslagers beoordelen. De klokkende waterslag met de medeklinkers ‘wl’ of ‘bl’ als inzet, op de grondtoon ‘oe’, is inderdaad een van de vele vormen van de ‘klok’, maar de mooiste en door een keurmeester als hoogste te waarderen? Voor een antwoord op die vraag gaan we ons verdiepen in de zangtheorie.

De visie van twee autoriteiten
Voor achtergrondinformatie hebben we de beschikking over twee autoriteiten, wier publicaties de basis vormen voor wat we worden geacht mooi en niet mooi te vinden in het lied van de waterslager. Het zijn de Belg B. Peleman, die in de eerst decennia van de 20e eeuw voor het eerst structureel de toeren van het waterslagerlied op schrift heeft gesteld, en M. van Woezik. Van Woeziks boekje ‘Waterslager en harzer, houden, kweken, keuren’ vormt al decennialang de basis voor het lesboek dat Nederlandse aspirant waterslagerkeurmeesters uit het hoofd moeten kunnen opdreunen en in de praktijk moeten  kunnen toepassen om met goed gevolg examen te kunnen afleggen.

NBvV
In de in 2000 door de NBvV uitgegeven standaard voor waterslagers is de klokkende waterslag als volgt omschreven:
‘Een zeer goede klokkende waterslag, de ideale klinkers en medeklinkers zijn:
Medeklinkers KL – DL – WL – BL –HL – GL
Klinkers (grondtoon) OEI - OE - OO
Klinkt als bv WLOEI – BLOEI – DLOEI’1
Voor een duiding van deze, uitermate beperkte, omschrijving moeten we toch bij Peleman en, meer in het bijzonder, bij van Woezik te rade gaan.

Peleman
Volgens Peleman is een klokkende waterslag ‘te onderscheiden aan de diepe welafgezette slagen. Hoe zachter, maar toch krachtig, de slagen diep uit den gorgel opwellen, hoe aangenamer hij het gehoor aandoet, hoe meer waarde hij heeft. De goede klokkende waterslagen hebben als beginmedeklinker; w of b, gl of kl of l, en als grondtoon de klanken oei, ooi , oe en soms oo’2 Elders beschrijft Peleman de klokkende waterslag als volgt: Het gelijkt ‘aan het door elken kanarieliefhebber zoowel bekend geluid dat men bekomt wanneer men een ledig fonteintje (drinkfleschje) met den mond naar boven, in liggen-de houding in eenen emmer water dompelt, waardoor dan, tamelijk snel, (naar gevolg de ingenomen helling van het fleschje) luchtbellen uit het water opstijgen en aan de oppervlakte openbarsten. Is het tempo van dit geruisch sneller, omdat de luchtbelletjes elkander zeer vlug opvolgen, dan is het gelijk rollende waterslag, doch zijn de aldus ontstane slagen langzaam, dan gelijkt het wel aan klokkende W.S. (….)  De meest klokkende, de schoonste onder de schoone, is zeer vol, langzaam, diep en zacht welluidend. Als aanvangselement ligt b, bl... gl... of w, als grondklank oe en als uitgang van elke sylbe ie.’3

Foto. Vrijdag 20 december 2019. Keuringsdag. Invoeren van de keurlijsten in de computer t.b.v. catalogus. Vlnr. Max Gerhards, Tiny en Jan Zonderop.

Van Woezik
Van Woezik schrijft in zijn boek een veel uitgebreider exposé over de klokkende waterslag. Hij begint met het lied van de nachtegaal: ‘Luisteren wij slechts naar het lied van de nachtegaal dan horen wij alleen in klokkende waterslag, een grote verscheidenheid van vormen. Wij horen dan o.m. de geslagen vorm, de kloekende vorm, de gebroken vorm enz.’ (..) ‘Het beluisteren van de nachtegaal is dan ook een unieke gelegenheid om alle vormen van klokkende waterslag te bestuderen’.4
Van de variaties in vormen van klokkende waterslag die van Woezik in het lied van de nachtegaal heeft gehoord kan ik me nauwelijks een voorstelling maken aan de hand van eigen waarnemingen. Ik hoor ieder voorjaar menig nachtegaal zingen, maar ik heb nog nooit van mijn leven een klokkende waterslag vanuit het duinstruweel op me af horen komen waarvan ik dacht: ‘Die zou ik wel in mijn vogels willen hebben’; wel fluiten, fluitenrollen, knorren, tjokken en tjokkenrollen. Hoewel ik ook wel rollend waterwerk waarneem hoor ik het heel sporadisch en vaak ook nog erg kort, zoals in het lied van de nachtegaal elke toer heel kort wordt aangehouden. Ook staaltonen worden vaak in verband gebracht met de nachtegaal, maar hiervoor geldt, in mijn beleving, hetzelfde als voor de klok. De staaltonen die wij graag in onze waterslagers willen horen worden vanuit het duinstruweel meer benaderd door de koolmees dan door de nachtegaal. Ik meen wel in de nachtegaalzang een vorm van klokkende waterslag te horen, maar die is dan droog en vlak; ingezet met de in de nachtegaalzang veelvuldig voorkomende  medeklinker ‘k’, maar dan niet gevolgd door de ‘l’, waardoor als gevolg van het ontbrekende tongenspel het wateraccent zich niet manifesteert. In de door de nachtegaal gezongen ‘klok’ klinken, in mijn beleving, ook vaak metallieke klanken door. De door hiervoor aangehaalde keurmeester verfoeide vorm van klokkende waterslag zou daarom wel eens een gecultiveerde vorm van een originele ‘nachtegaalklok’ kunnen zijn. Maar dit terzijde. Voor het vervolg is van belang te constateren dat van Woezik voor zijn verhandeling over de klokkende waterslag de nachtegaalzang als referentie neemt.
Zoals we ons in de inleiding afvroegen welke vorm van klok het hoogst gewaardeerd zou moeten worden stelt ook van Woezik: ‘Een kardinale vraag is echter: welke van de hiervoor genoemde vormen is de beste?’ Van Woezik beantwoord de vraag zelf met ‘Het ligt voor de hand dat de keumeester die vorm het hoogste aanslaat die de hoogste muzikale combinatie in zich heeft’. Maar met dit antwoord zijn we nog niet veel verder gekomen. Van Woezik onderscheidt, met de Belgen, twee vormen van klokkende waterslag, de ‘golvende’ vorm die wordt ingezet met ‘wl’ of ‘bl’ en de zogenaamde ‘geslagen’ vorm, die begint met de medeklinkers ‘kl’ of ‘gl’. Hij gaat vervolgens verder met een in dit verband cruciaal fragment: ‘De geslagen waterslag behoeft echter niet minder te zijn aan muzikale waarde. Zijn medeklinkers kl of gl, zijn weliswaar iets minder soepel dan die van de golvende waterslag, maar de toongreep krijgt daardoor iets pittigers, iets krachtigers, ook mede, omdat de wendingen in de grondtoon iets korter zijn dan die van de golvende vorm. Als de toer goed is, zijn de wendingen in dezelfde volgorde gebracht en is het muzikale effect buitengewoon schoon. Het geluid van elke slag, d.i. toongreep, doet denken aan het vallen van een druppel water in een met water gevulde emmer. (…) Zou men, uit muzikale overwegingen, de golvende vorm iets hoger moeten aanslaan dan de geslagen vorm; als stamtoer zou ik echter de geslagen vorm verkiezen boven de golvende vorm. (.…) De vogels die de geslagen vorm zingen, zijn in de regel echte kloekvogels met veel waterslag in hun lied, terwijl de vogels met golvende waterslag nog al eens wat harzerachtig zijn in hun bijlied’.5

Verschil tussen België en Nederland
Op grond van bovenstaande visies van Peleman en van van Woezik kunnen we constateren dat er al lang een accentverschil bestaat tussen België en Nederland betreffende de klokkende waterslag. Waar de Belgen de ‘soepele’ golvende vorm van de klokkende waterslag prevaleren, zoals hoorbaar in de aan het wateroppervlak openbarstende luchtbel: ingezet met de medeklinkers ‘wl’ of ‘bl’, plaatst van Woezik hiernaast de geslagen vorm, ingezet met ‘kl of ‘gl’, als zijn favoriet. Omdat de laatste vorm ‘pittiger’ en ‘krachtiger’ is sluit deze meer aan bij de structuur van de nachtegaalzang dan de meer gol-vende vorm. Van Woezik ontkent geenszins de bekoring die uitgaat van de golvende vorm, maar associeert de vogels die deze vorm van waterslag zingen met waterslagers met een harzerachtige zangstructuur. Uit alles blijkt dat van Woezik de mening is toegedaan dat een waterslager een echte nachtegaalzanger dient te zijn.

Foto. Vrijdag 20 december 2019. Keuringsdag. In de rij voor het Chinees buffet: Ton Diepenhorst, Max Gerhards, Jan de Bruine, Krien Onderwater, Joop Aelbrecht en Tiny Zonderop.

Voorkeur voor slagvogels in Nederland
De visies van Peleman en van Woezik zijn weliswaar, respectievelijk, bijna een eeuw tot vele decennia geleden aan het papier toevertrouwd, maar tot op den dag van vandaag hebben de geschriften van beide heren nog niets aan actualiteit ingeboet. De erfenis van het gedachtegoed van B. Peleman maakte het in België mogelijk dat rond 1970 er geen enkel moreel probleem bestond om door het inkruisen van harzers het waterslagerlied veel ‘soepeler’ te laten klinken.
De erfenis van van Woezik, met zijn voorkeur voor de nachtegaalzanger, verklaart waarom, als reactie op voornoemde ontwikkelingen in België, in Nederland in de jaren ’80 van de vorige eeuw de rubriek ‘nachtegaalaccent’ op de waterslagerkeurlijst werd geïntroduceerd.  Toen in 2007 als gevolg van een wijziging in de beoordeling van waterslagers het nachtegaalaccent weer van de keurlijst verdween schreef Bert Renes. toenmalig voorzitter KMV Zang in ‘Onze Vogels: ‘Ondanks verdwijnen van het begrip nachtegaalaccent blijven we waterslagers vragen die in hun lied nachtegaalaccenten hebben. (….) Waar we het allemaal over eens zijn is het feit dat een nachtegaal zijn lied geslagen brengt. We hebben het vanaf nu alleen maar over waterslagers met een geslagen lied. Deze vogels zullen hoger in de punten komen dan de vogels met een rollende structuur ‘. Met betrekking tot de klokkende waterslag stelt Renes: ‘De klokkende waterslag, maximaal 36 punten, waarbij het omslagpunt tussen goed en zeer goed ligt bij 24 en 25 punten. Als we vaststellen dat alleen een geslagen klokkende waterslag, (die natuurlijk wateraccent heeft en goed gebogen met voldoende diepte wordt gebracht) met zeer goed gewaardeerd kan worden, is de eerste stap gezet.’6
De vraag welke vorm van klokkende waterslag het hoogst gewaardeerd zou moeten worden werd in 2007 door Bert Renes, mede namens de toenmalige keurmeesters, ondubbelzinnig beantwoord: de hoogst te waarderen vorm van klokkende waterslag begint met ‘kl’ of ‘gl’.

Cultuurverschil
Het verschil in benadering van het waterslagerlied tussen Bert Renes en voornoemde keurmeester met wie ik het onderhoudende gesprek had is veel meer dan een smaakverschil, het is een cultuurverschil. Waar Bert Renes met beide benen in de Nederlandse traditie stond, verkeert de door mij aangehaalde keurmeester veel meer onder invloed van de Belgische opvatting over het waterslagerlied. Sprak Bert Renes, als voorzitter en woordvoerder van de keurmeesters, in 2007, zonder voorbehoud zijn voorkeur uit voor de klokkende waterslag die met ‘kl’ of ‘gl’ begint,  anno 2020 zijn er kennelijk ook keurmeesters wier voorkeur niet alleen uitgaat naar de golvende ‘klok’, die wordt ingezet met ‘wl’ of ‘bl’, maar die ook nog beschouwen als de hoogst te waarderen vorm.

Hamvraag
De hamvraag is nu welke zangtheorie voor de Nederlandse keurmeesters anno 2020 maatgevend is bij de beoordeling van het waterslagerlied in het algemeen en de klokkende waterslag in het bijzonder. Heeft het lesboek van van Woezik en de Nederlandse traditie, zoals verwoord door Bert Renes in 2007, nog altijd het gezag wat het de laatste decennia heeft gehad? Oftewel streven we in Nederland nog steeds naar waterslagers in plaats van water-golvers en staat het volledige keurmeesterskorps nog achter dit uitgangspunt?
Voor een blijvend vertrouwen in een eenduidige beoordeling van het waterslagerlied door de Nederlandse keurmeester lijkt het me verstandig dat een helder antwoord op deze ‘hamvraag’ vanuit het keurmeesterskorps naar de waterslagerkwekers wordt gecommuniceerd.
Is het vreemd dat ik na het plezierige gesprek met de waterslagerkeurmeester met de nodige twijfels verder liep, en niet alleen omtrent Klok, Gloek & Wloeb?

Noten
1.   NBvV, Standaard waterslagers, uitg. 2000, p. 4.
2.   Keuren van de Zang der Belgische Waterslagers, 1926?, zp., p. 5.
3.   Peleman, B. De Belgische Waterslager, brochure 1922, pp 10-11.
4.   Woezik, M. van, Waterslager en harzer, houden, kweken, keuren, zj., zp., p. 35.
5.   Woezik, M. van, Waterslager en harzer, houden, kweken, keuren, o.c., pp. 36-37.
6.   Renes, Bert, Dit artikel gaat over de technische gevolgen van invoering nieuwe waterslagerkeurlijst. Deel 1 en 2. In: Onze Vogels, jrg. 2007, pp. 306-307 en 330.

Foto. Zaterdag 21 december 2019. Studiedag 35e clubkampioenschappen. Nadat keurlijsten en catalogus zijn uitgedeeld is het bladeren geblazen.

 -0-

Teamwork of Einzelgängers

door Jaap Plokker

Keurmeesters leven in een glazen kast en worden van alle kanten beoordeeld. Niet altijd tot hun genoegen, maar wel begrijpelijk. Zij vormen immers een belangrijke schakel in onze hobby en dragen vanuit hun positie een belangrijke verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen in de zangkanariewereld. Vanuit deze achtergrond ligt het voor de hand dat niet alleen kwekers met een kritische blik kijken naar de keurmeesters, maar dat keurmeesters dat onderling eveneens doen en zeker ook op hun functioneren als team in de spiegel kijken. Over dit laatste laat Jaap Plokker zijn persoonlijke licht schijnen.

Kritiek op keurmeesters is van alle tijden. Sla daarvoor mijn uitvoerige studie over het ontstaan van de georganiseerde sier- en zangvogelliefhebberij er nog maar eens op na.1 Als keurmeester moet je dan ook een brede rug en een olifantenhuid hebben. We vergeten wel eens dat we in onze sport niet zonder keurmeesters kunnen en we zouden zangkanarieliefhebbers die hun vrije tijd in onze hobby willen steken door een opleiding tot keurmeester te volgen om op wedstrijden onze vogels te beoordelen daarvoor dankbaar moeten zijn, en dat wellicht ook wat meer moeten laten blijken. Dit betekent niet dat je op het functioneren van keurmeesters geen kritiek zou mogen hebben. Keurmeesters op hun beurt zouden hun ‘vak’ niet serieus nemen wanneer ze niet van tijd tot tijd in de spiegel zouden kijken en zich op hun eigen functioneren en dat van het keurmeesterkorps zouden reflecteren.

Kijken naar voetbal
Als kleine jongen ging ik regelmatig op zijn vrije zaterdagmiddag met mijn vader mee naar een voetbalwedstrijd van Quick Boys in Katwijk. Waar ik het stokje van het kweken van waterslagers van hem heb overgenomen kan ik niet zeggen dat ik ook in z’n voetsporen ben getreden met het bezoeken van voetbalwedstrijden. Ook voor de tv, lekker warm op de bank en hapje en snapje bij de hand, vind ik een volledige wedstrijd nog een hele zit. Daarom kijk ik eigenlijk alleen naar samenvattingen. Zelfs dan kan ik me nog mateloos ergeren aan balverliefde spelers die denken al pingelende de tegenstanders alleen te kunnen verslaan en op het moment suprême ook nog zelf op doel schieten, terwijl een teamgenoot er veel beter voor staat om te scoren. Ik zou een slechte trainer zijn, want ik zou zo’n speler à la minute naar de kant halen. ‘Eerst leren dat voetbal een teamsport is en geen spel van egoïsten en dan mag je er weer in’ zou ik hem toeschreeuwen.
Maar zonder de individuele klasse van hooggetalenteerde voetballers die een mannetje kunnen passeren wordt voetbal ook een schaakspel zonder kleur of smaak. Een topvoetballer is in mijn ogen iemand die de juiste keuzes weet te maken tussen wanneer hij als solist en wanneer hij als lid van een team moet handelen.
Laatst zag ik een voetbalteam aan het werk dat al enkele wedstrijden achtereen had verloren. In de samenvatting kon zelfs een leek als ik zien waarom: ieder speler dacht in z’n eentje het lek boven water te kunnen krijgen; te ver doorgevoerde individuele acties, vrijstaande spelers werden overgeslagen, enz. Dit leidde tot onderlinge irritaties en frustraties, wegwerpgebaren naar medespelers als er weer eens iemand te solistisch was geweest of niet op  het juiste moment de splijtende steekpass had gegeven. Er stonden wel elf spelers op het veld, maar het was geen team. Zoals gebruikelijk werd er na de wedstrijd iemand voor de camera geïnterviewd en de voorde hand liggende vraag van de verslaggever was natuurlijk hoe het toch mogelijk was dat er weer was verloren, terwijl het team zoveel klasse in zich heeft. Het antwoord was zowel hard als eerlijk: ‘We spelen voor onszelf en niet als team.’ De volgende vraag van achter de camera valt te raden: ‘Wat kan je hier aan doen? Ook hier had de speler een antwoord op: ‘Bij elkaar gaan zitten, elkaar goed in de ogen kijken, eerlijk de waarheid zeggen en met elkaar tot de slotsom komen dat we alleen met elkaar, als team,  uit dit dal kunnen komen’.

Foto. Zaterdag 21 december 2019. Studiedag 35e clubkampioenschappen. Afluisteren van waterslagers o.l.v. Andries Gort.

Een bijzonder, verontrustend, gesprek
Afgelopen tentoonstellingsseizoen had ik een geanimeerd gesprek met een waterslagerkeurmeester. Desbetreffende keurmeester ergerde zich mateloos aan de klokkende waterslag waarin de geslagen vorm wordt gecombineerd met een bel: Hij constateerde dat hij in toenemende mate deze vorm van klokkende waterslag  hoorde en maakte zich hierover zorgen. Hij adviseerde  kwekers deze vogels uit hun kweekbestand te verwijderen. Tevens constateerde hij dat collega keurmeesters deze samengestelde klok-bel als klokkende waterslag veel te hoog waardeerden. Naar zijn mening zouden de fokkers zich moeten toeleggen op een klokkende waterslag die met de medeklinkers ‘wl’ of ‘bl’ als inzet, op de grondtoon ‘oe’ wordt gezongen. Dat waren, zijns inziens, de mooiste vormen. Toen ik hem voorhield dat dit wel erg aansloot op de Belgische visie, waarin de klokkende waterslag het geluid moest maken van een luchtbel die vanuit de diepte aan het wateroppervlak komt en openbarst, was zijn ontboezeming: ‘De Belgen hebben ook de mooiste klokkende waterslag’.
Het gesprek verontrustte mij om diverse redenen. Niet vanwege het pleidooi om te streven naar zuivere toervormen en samengestelde toeren zoveel mogelijk uit het waterslagerlied te weren. Daarover was ik het met desbetreffende keurmeester volkomen eens. Mijn zorgen richtten zich meer op het feit dat deze keurmeester in z’n beoordeling uitging van een eigen visie op de klokkende waterslager, gebaseerd op een persoonlijke voorkeur, met als gevolg dat het voor de eindscore nogal wat verschil kon uitmaken of op een wedstrijd jouw vogels door deze of een andere keurmeester werden beoordeeld.
Afgelopen seizoen is niet alleen mij opgevallen dat op een keuring waar iedere keurmeester dertien stammen te beoordelen hadden de ene keurmeester om 15.30 u. het keurkamertje verliet terwijl een andere keurmeester om 16.45 u. zijn keurloon en reiskosten kwam afrekenen. Hetzelfde aantal vogels en ruim een uur verschil in effectieve keurtijd. We weten allemaal dat vogels die doorzingen punten er bij kunnen ‘sprokkelen’ en bij het opmaken van de eindbalans het verschil tussen de prijswinnaars maar een paar punten kan bedragen. Hadden de vogels bij de ene keurmeester meer kunnen ‘sprokkelen’ dan bij de ander, en zo ja had dit consequenties gehad voor de uiteindelijke prijsverdeling? We zullen het nooit weten, maar de kweker die op drie punten na geen kampioen werd en wiens vogels zijn beoordeeld door de keurmeester die om 15.30 u. 52 vogels had afgevinkt blijft wel met een onbehaaglijke, onbeantwoorde vraag achter.
Enige jaren geleden werden we geconfronteerd met een keurmeester die opeens een eigen visie op de rollende waterslag etaleerde en dat in de beoordeling ook liet blijken. Het gevolg was dat hij op de keurlijst een streep zetten, met de opmerking geen rollende waterslag gehoord te hebben, terwijl een keurkamer verderop voor dezelfde toervorm 15, 16, 17 punten werden toegekend.
Van een keurmeester begreep ik dat hij na de laatste door hem bezochte keurmeestersvergadering teleurgesteld naar huis was teruggereden. Hij had voor deze bijeenkomst een snipperdag opgenomen en was geconfronteerd met een slecht voorbereide vergadering, nauwelijks een agenda, geen voorzitter die de leiding van de vergadering op zich nam. Bovendien was er geen discussie geweest over een inhoudelijk onderwerp betreffende het keuren van zangkanaries. Zijn reactie was dat hij niet voornemens was voor zo’n vergadering nogmaals een snipperdag op te nemen.
Als laatste in dit rijtje voorbeelden noem ik de eerder geciteerde keurmeester die een uitgesproken voorkeur voor een bepaalde vorm van klokkende waterslag er op na hield en zich, willens en wetens, distantieerde van door zijn collega’s gegeven beoordelingen voor deze hoofdtoer.
De inleiding over het voetbal en voornoemde voorbeelden zijn uiteraard niet zonder reden door mij aan elkaar gekoppeld. Kritische lezers zullen wellicht concluderen dat voetbalspelers niet met zangkanariekeurmeesters te vergelijken zijn en zij hebben natuurlijk gelijk: Te solistische spelers in een voetbalelftal duperen hun eigen team, niet het voetbal; wanneer keurmeesters menen hun eigen weg te moeten kiezen heeft dat implicaties voor de hele sport. Dat is een wezenlijk verschil. Immers, wanneer er fundamentele verschillen van inzicht een cruciale rol gaan spelen bij de beoordeling wordt een zangwedstrijd een loterij i.p.v. een competitie en dat doet het imago van onze sport, die toch al de ene na de andere klap moet incasseren, geen goed.

Twee keurmeesters
Ten einde de populariteit van de Nederlandse Kampioenschappen voor zangkanaries op te krikken werd een voorstel gelanceerd de zangkanaries op het NK door twee keurmeesters te laten beoordelen. We weten allemaal dat het budget van een vereniging uitermate beperkt is en het laten beoordelen van zangkanaries door twee keurmeesters de financiële draagkracht van de meeste verenigingen te boven gaat. Door het NK de unieke status te geven dat de  vogels niet door een enkeling maar door een tweetal werd gekeurd zou wellicht een aantrekkingskracht op potentiële deelnemers kunnen hebben. Het idee is, naar ik heb begrepen, al in de kiem overleden, omdat het vanuit de kring van keurmeesters teveel weerstanden opriep. In de tijd dat Dirk Venema, die ik vanuit de vereniging in Katwijk goed kende,  nog volop als waterslagerkeurmeester actief was hoorde ik van hem verhalen over het keuren op COM wedstrijden met een buitenlandse keurmeester samen in een keurkamer. Dat was regelmatig een ‘verbaal’ ‘gevecht’ met handen en voeten, omdat men elkaar niet of heel slecht kon verstaan. De sfeer in het keurkamertje werd er bovendien niet beter op als gevolg van  de grote verschillen van inzicht tussen Nederlandse en buitenlandse keurmeester over hoe het waterslagerlied idealiter zou moeten klinken. Maar dergelijke ervaringen met het als tweetal beoordelen van vogels zou toch geen beletsel moeten zijn om in Nederland samen een keurkamer te betrekken? Integendeel, enige jaren geleden hadden we bij de NZHU voor de harzers twee keurmeesters gecontracteerd. Toen bleek dat het aantal ingeschreven harzers afdoende was voor één keurmeester hebben we toch beide keurmeesters, i.c. Max Gerhards en Lis Reichgelt laten komen, de keurkamer wat groter gemaakt en ze samen de vogels laten beoordelen. Ik heb nooit de indruk gehad dat beiden deze dag hebben ervaren als ‘eens en nooit weer’, integendeel.  Waarom dan toch, als ik juist ben geïnformeerd, bij sommige keurmeesters zo’n uitgesproken voorkeur om alleen de vogels te willen beoordelen dat, toen het idee van een gezamenlijke keuring ter tafel kwam, direct met de portefeuille werd gewapperd?

Foto. Zaterdag 21 december 2019. Studiedag 35e clubkampioenschappen. Ageeth Onderwater gaat langs de tafels met loten voor de laatste verlotingsronde.

Competent
Achten zangkanariekeurmeesters zich zo veel meer competent dan docenten, juryleden bij bokswedstrijden, kunstrijden op de schaats, skispringen, turnen en ga zo maar door, want daar worden op het moment suprême meerdere ‘keurmeesters’ ingeschakeld om een oordeel te vellen? Zijn deze professionele onderwijs- en sportbeoordelaars kneuzen, in vergelijking tot alwetende zangkanariekeurmeesters, die in de overtuiging leven alles alleen te moeten en kunnen doen?  De ervaring leert namelijk dat een schoolexamen door minstens twee personen moet worden nagekeken en bij het skispringen zijn maar liefst vijf juryleden actief  waarbij ook nog eens de hoogste en laagste waardering wegvallen?
Wat dan te denken van de collega keurmeesters van tropische vogels en kleur- en postuurkanaries? Ook van die figuren die uit pure armoede elkaar tot steun moeten zijn? Sinds ik daartoe in de gelegenheid ben help ik op de keuringsdag van vogelvereniging ‘De Kanarievogel’ te Katwijk met het voorbrengen van tropen en kleur- en postuurkanaries. Het valt me steeds op hoeveel overleg keurmeesters van deze vogels onderling hebben en de prijswinnende vogels altijd in goed overleg worden aangewezen.
Neem dan de keuringen van zangkanaries. Ik observeer die niet sinds vandaag of gisteren. Het gebeurt sporadisch dat ik keurmeesters bij elkaar in de keurkamer zie en ik vermoed dat het eerder regel dan uitzondering is dat de prijswinnende vogels alleen door desbetreffende keurmeester zijn beoordeeld zonder dat een collega, die in dezelfde klasse jureert, kennis heeft genomen van de zang van deze vogels en de door desbetreffende keurmeester toegekende waardering. Hoe weten zangkanariekeurmeesters van elkaar dat ze bij het beoordelen op dezelfde lijn zitten en de beste stam ook daadwerkelijk kampioen wordt?  Of is dit bij het beoordelen van zangkanaries allemaal niet nodig. Zijn zij meer en beter dan de collega’s kleur- en postuurkanariekeurmeesters, de correctoren van examens en de juryleden op internationale sportwedstrijden?

Foto. Zaterdag 21 december 2019. Studiedag. Tijdens de verloting wisselden de orchideeën van eigenaar. Joop Aelbrecht ontvangt het gewonnen exemplaar van Tiny Zonderop, terwijl op de achtergrond  Ageeth Onderwater de laatste winnaar van een orchidee uit de emmer laat komen.

Koning in eigen koninkrijk
Waarom kraaien zangkanariekeurmeesters zo graag koning in hun eigen koninkrijk en is consulterend collegiaal overleg nooit een traditie in de beoordeling van zangkanaries geworden? Hoewel ze, gezien bovenstaande, de schijn tegen zich hebben geloof ik er geen snars van dat keurmeesters, die op 3-10 wedstrijden per jaar zangkanaries beoordelen, zich zoveel bekwamer in het beoordelen voelen dan professionele juryleden bij internationale sportwedstrijden en het daarom wel alleen denken af te kunnen. Integendeel, in een ander verband las ik een artikel van Bert Renes en mij viel de volgende zin op: ‘De bedoeling is de onderlinge verschillen, de persoonlijke interpretatie, zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. De gelijkheid in beoordeling blijft voor een keurmeesterkorps de grote uitdaging’.2 Waarom merken wij als kwekers er zo weinig van dat keurmeesters deze uitdaging uitermate serieus nemen? Waarom ontbreekt de transparantie vanuit het keurmeesterskorps naar de kwekers dat men dit als een cruciaal onderdeel van het jureren beschouwt en er als team regelmatig mee aan de slag is. Het tegendeel lijkt eerder het geval. Ons bereiken wel signalen dat keurmeesters, willens en wetens, zich weigeren te schikken in een op elkaar afgestemde wijze van beoordelen. Waarom die hoge prioriteit voor een solistisch optreden bij zangkanariekeurmeesters? Waarom prevaleert niet de gedrevenheid een op zich altijd subjectieve beoordeling een klein beetje objectiever te laten zijn, waardoor de competitie eerlijker wordt?
Is er sprake van arrogantie?: ‘Ik alleen weet het’;  is er sprake van egotripperij?: ‘Iedereen moet zich schikken naar wat ik vind’; is er sprake van misplaatste schaamte?: ‘De anderen moeten er niet achter komen dat ik het niet (meer) zo goed hoor’; is er sprake van angst?: ‘In  de confrontatie met anderen delf ik het onderspit’; is er sprake van het uit de weg gaan van confrontatie?: ‘Met hem samen in de keurkamer wordt het ruzie’. Inderdaad, anderen uitnodigen in jouw koninkrijk maakt je kwetsbaar. Misschien blijkt jouw uitgesproken mening wel niet door anderen gedeeld te worden en beschik je in zo’n geval over het vermogen om je te schikken naar de gemene deler binnen het team? Om maar even te refereren aan het hierboven vermelde citaat van Bert Renes: Beschik je voldoende over het vermogen om jouw persoonlijke interpretatie zo goed mogelijk op de ander af te stemmen?
Ik ben niet in de positie om op alle vragen antwoorden te kunnen geven. Alleen de individuele keurmeesters weten wat hen beweegt om liever alleen de vogels te beoordelen, collega’s niet te consulteren of om, onafhankelijk van collega keurmeesters, een eigen beoordelingsroute te kiezen. Maar dat solistisch opererende keurmeesters de sport geen goed doen is voor mij zo helder als glas. 

Communicatie
Toen de voetballer werd gevraagd waarom zijn team niet draaide zoals het moest was zijn antwoord dat iedereen teveel met zichzelf bezig was en dit alleen was op te lossen door met elkaar te praten en afspraken te maken. Voor het behalen van de gewenste resultaten moesten de neuzen weer allemaal in dezelfde richting wijzen. Wil je als zangkanariekeurmeesterskorps serieus werken aan de ‘uitdaging’ om ‘gelijkheid in beoordeling’, om Bert Renes nog maar weer eens te citeren, te realiseren, dan is ‘communicatie’ onvermijdelijk: Communicatie buiten en tijdens de wedstrijden. Ook omtrent die communicatie maak ik mij zorgen. Hiervoor constateerde ik al een minimum aan communicatie tussen keurmeesters onderling tijdens wedstrijden, maar mij bereiken signalen dat ook buiten de wedstrijden er nauwelijks onderling overleg is over keurinhoudelijke zaken als het beoordelen van toeren en toervormen en het streven daarin tot een zo groot mogelijke uniformiteit te komen. Van een keurmeester die voor het bijwonen van een keurmeestersoverleg een snipperdag moest opnemen heb ik begrepen dat hij dat een keer heeft gedaan en vervolgens heeft besloten zich voor een volgend overleg als ‘verhinderd’ af te melden, omdat de bijeenkomst, in zijn ogen, een inhoudsloze en dus een verloren dag was geweest. Ik hoop voor de sport oprecht niet dat dit een signaal is dat het in 2007 door Bert Renes uitgesproken doel om als keurmeesters te streven naar een zo groot mogelijke gelijkheid in beoordeling door  o.m. ‘de onderlinge verschillen, de persoonlijke interpretatie, zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen’ sindsdien diep, onderin, een stoffige la is weggestopt.

Slot
Als voorzitter van de ‘Speciaalclub Zang NZHU’ vind ik het mijn taak om bepaalde punten van zorg die mij bij herhaling ter ore komen met anderen te delen. Omdat ook keurmeesters deel uitmaken van het bestuur van onze vereniging ligt het nogal gevoelig om als speciaalclub kritiek op het functioneren van het keurmeesterskorps te ventileren en daarom is bovenstaande ook uitsluitend op persoonlijke titel aan het papier toevertrouwd.
Van diverse kanten, via leden van de NZHU en uit eigen ondervinding, bereiken mij signalen dat in het korps van zangkanariekeurmeesters de Einzelgänger geen onbekend fenomeen is. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de beoordeling van de vogels van de individuele kweker, maar ook voor het imago van de sport in zijn totaliteit.
Zijn de door mij ontvangen signalen incidenten of op dit moment structureel binnen het keurmeesterskorps? Alleen de keurmeesters zullen deze vraag voor zichzelf en in gezamenlijkheid kunnen beantwoorden en als team een beleid moeten formuleren wanneer men tot de conclusie komt dat bovenstaande een kern van waarheid bevat en met betrekking tot bepaalde punten actie gewenst is.
Nu zijn na lezing van dit artikel diverse reacties mogelijk: Bovenstaande zakelijke kritiek op symptomen wordt persoonlijk opgevat: Keurmeesters concentreren zich op de vraag ‘Wie is wie?’ in voorafgaande, met wederzijdse ‘wegwerpgebaren’ wellicht als reactie. Het tegenovergestelde is ook mogelijk  Ik heb op teveel (te) lange tenen gestaan met als gevolg dat de rijen gesloten, de loopgraven betrokken en op de boodschapper geschoten wordt. Zoals ik in het verleden al eens heb meegemaakt. In beide gevallen draait het om de poppetjes en niet meer om de inhoud. Dat is uiteraard niet de bedoeling van bovenstaande oproep tot reflectie. Ik hoop vanzelfsprekend op een andere reactie, namelijk dat het keurmeesterskorps met bovenstaande tekst in de hand voor de spiegel gaat staan en eerlijk en oprecht, elkaar respecterend, de vele vragen beantwoordt die gesteld zijn en die reacties ook met elkaar delen; om met elkaar overeen te komen waar door mij de plank volledig mis en waar de spijker precies op zijn kop wordt geslagen. Want alleen met eerlijke, elkaar respecterende, reflectie en communicatie is er toekomst voor onze sport, waarboven zich toch al zoveel donkere wolken samenpakken.

Noten
1.   Plokker, Jaap, Van kermis naar vogeltentoonstelling, deel 2. In: Contactblad Speciaalclub Zang NZHU, jaargang 2020, editie nr. 1 pp. 3-165, i.h.b. pp. 64 en 104-105.
2.   Renes Bert, Over kanaries gesproken, Dit artikel gaat over de gevolgen op technisch gebied na invoering nieuwe waterslager-keurlijst, deel 2. In: ‘Onze Vogels’, jrg. 2007, p. 330.

-0-

Rode bloedmijt op herhaling

door Jaap Plokker

De afgelopen jaren hebben we in ons Contactblad regelmatig aandacht besteed aan de rode bloedmijt en hoe die uit ons vogelverblijf te weren. De laatste keer dat deze plaaggeest in ons clubblad centraal stond was in editie 2019-1 met o.m. praktijkervaringen van Jan Zonderop, Paul Schilte en Jaap Plokker en een lijvig achtergrondartikel van laatstgenoemde. In onderstaande bijdrage een vervolg op dat achtergrondartikel met laatste weetjes en ervaringen  omtrent het gebruik van silica en voedings- en drinkwatersupplementen.

In editie 2019-1 van ons clubblad werd in het artikel Diertjens van een wonderlyk maeksel’1 uitvoerig ingegaan op de leefwijze van de rode bloedmijt en hoe die bestreden kan worden. Grofweg konden we de mijtbestrijding in twee groepen verdelen: chemische en niet-chemische middelen en methoden. De variatie in chemische bestrijdingsmiddelen waarvan we ons als vogelliefhebbers kunnen bedienen wordt als gevolg van mens-, natuur- en milieubeschermende wet- en regelgeving steeds beperkter. De zang- en siervogelkwekers staat eigenlijk nog één middel ter beschikking: ivermectine. Menig vogelkweker maakt gebruik van een product met ivermectine als werkzame stof, zoals het overbekende ‘druppeltje in de nek’. Het peperdure Exzolt, op basis van het diergeneesmiddel fluralaner, blijft vooralsnog het domein van de professionele pluimveehouderij.
Velen beschouwen de chemische bestrijding van bloedmijten, zeker na het Fipronil schandaal, als een op den duur doodlopende weg en men is dan ook driftig op zoek naar minder mens-, dier- en milieubelastende middelen en methoden. In dit artikel zullen we, in aansluiting op hetgeen hierover is geschreven in Contactblad 2019-1, ons concentreren op middelen op basis van siliciumdioxide (silica) en voedings- en drinkwatersupplementen. Een met subsidie van de Europese Unie ondersteund en nog tot en met 2021 lopend project in dit verband is MiteControl.

Bestrijdingsmiddelen
Een bestrijdingsmiddel is een, in de regel niet natuurlijk, product dat er voor zorgt dat de levensvorm die men wilt bestrijden (af)sterft, na met de in het product aanwezige werkzame stof(fen) in contact te zijn gekomen. Om het woord ‘bestrijdingsmiddel’ op de verpakking te mogen gebruiken moet door de producent een hindernisbaan overwonnen worden van (Europese) wet- en regelgeving en onderzoeken naar de mogelijke neveneffecten van het middel voor mens, dier en milieu alvorens, vaak na jaren onderzoek, door het Ctgb een toelatingsnummer wordt verstrekt. 2 De producent is voor een toelatingsnummer vaak al tientallen miljoenen euro’s kwijt voordat er een druppel van het product is verkocht, hetgeen met de verkoop, uiteraard, terugverdiend moet worden. Eenmaal zover bepaalt wet- en regelgeving ook voor welk type consument het product beschikbaar komt. Vaak mogen alleen personen/bedrijven met een licentie een dergelijk bestrijdingsmiddel toepassen.
Wie zijn geld in een bodemloze put wilt storten gaat dus op zoek naar een bestrijdingsmiddel tegen rode bloedmijt dat door de Nederlandse zang- en siervogelkwekers gebruikt kan en mag worden. Vrijwel alle producten die voor ons, zang- en siervogelkwekers, op dit moment beschikbaar zijn voor het be-strijden van rode bloedmijt zijn dus geen bestrijdingsmiddelen. Hoewel het geen bestrijdingsmiddelen zijn worden ze door ons niet aangeschaft, gespoten, gesmeerd of toegediend om de luizen te kietelen, maar om ze zo te pesten dat ze onze vogels niet lastig vallen of te zorgen dat ze niet voor nakomelingen zorgen en aldus op een natuurlijke wijze in ons hok uitsterven. In die zin spre-ken wij onder elkaar wel degelijk over het bestrijden van de rode bloedmijt.
Regelmatig zie je op de verpakking dat het product dient tot algehele conditieverbetering van het dier, met als neveneffect dat het een positief effect heeft op de vermindering van de bloedmijt populatie, of een tekst van gelijke strekking. Op het etiket ‘Finecto+’ ‘oude formule’, met siliciumdioxide aks werkzame stof, dat iedereen kocht om bloedmijten te bestrijden, stond de slogan ‘Verzorgingsmiddel voor verblijfsruimten’. Het omfloerste woordgebruik heeft dus vooral een juridische oorzaak, nl. om te voorkomen dat het middel te boek komt te staan als ‘bestrijdingsmiddel’. Het is daarom zaak om bij het kopen van een product met de bedoeling hiermee bloedmijten te bestrijden ook op het etiket te kijken naar de werkzame stof(fen).

Silica
De werking van siliciumdioxide /diatomeeënaarde of kortweg silica bij de bestrijding van rode bloedmijten is uitvoerig beschreven in voornoemd artikel in Contactblad 2019-1.
De laatste jaren bereikten mij regelmatig berichten dat vanwege Europese richtlijnen het de langste tijd heeft geduurd dat silica bevattende producten verkocht mogen worden. Begin februari jl. ontving ik nog een mailtje van de firma ‘BarnGuard’ waarin dit werd beweerd. Voor ‘Finecto’ was het op handen zijnde verbod de reden in 2015 de silica uit ‘Finecto+’ te verwijderen. Met als gevolg dat het vervangende product ‘Finecto+Protect’,  op basis van aromatische stoffen, lang niet de bloedluis bestrijdende werking had van ‘Finecto+’  ‘oude formule’.3
Sedert mij de berichten ter ore kwamen dat siliciumdioxide /diatomeeënaarde bevattende middelen verboden zouden worden zijn er voor zang- en siervogelkwekers alleen maar meer producten op de markt gekomen met silica als werkzame stof. Ik kom regelmatig zang- en siervogelkwekers tegen die de positieve werking van silica tegen rode bloedmijt hebben ervaren. Van Mohamed Taher vernam ik tijdens de studiedag van waterslagerspeciaalclub ‘De Nachtegaal’ in Rijssen dat hij z’n hokken inspuit/insmeert met ‘Biosil Vloeibaar’. Piet Hagenaars gebruikt naar tevredenheid ‘Silica Gel’, op de markt gebracht door ‘Handelsonderneming Sjoerd Zwart’. Krien Onderwater heeft in Urk een spuitbus ‘Ardap Green Spray’ aangeschaft en hopelijk horen we in na dit seizoen zijn ervaringen met de silica in spuitbus. Zelf heb ik in de tijd dat ik ‘Finecto+’ ‘oude formule’ spoot geen luis in mijn hok gezien, maar dat is verleden tijd, of toch niet ……
Laatst was in de ‘Welkoop’ in Rijnsburg en zag de mij welbekende spuitflacons ‘Finecto+ Protect’ staan. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus de flacon toch maar even in de hand genomen en het etiket bekeken. Mijn mond viel open van verbazing. Ik las het toch goed? Zwart op blauw stond daar als werkzame stof gedrukt: Siliciumdioxide. Niks Europese regelgeving; ‘Finecto+ Protect’ bevat dus, zoals tot 2015 ook het geval was, tegenwoordig gewoon weer silica. Waar moeten we de allernieuwste samenstelling van ‘Finecto+ Protect’, volgens het etiket, voor gebruiken? ‘Voor een aangenaam frisse en droge omgeving of vacht’. Bovendien bevordert ‘Finecto+ Protect’ ‘de conditie, leg, uitkomst en rust’. Geen woord of embleem op het etiket dat verwijst naar het effect van de aanwezige silica op bloedmijten. Voor een ‘aangenaam frisse en droge omgeving’ kunnen we veel goedkopere luchtverfrissers aanschaffen. Wij leggen bijna 20 euro op de toonbank en spuiten ‘Finecto+ Protect’ om ons te verlossen van de kwelgeest die rode bloedmijt heet. ‘Finecto’ heeft duidelijk geleerd van de ervaringen na 2015 en zich formeel ingedekt. Voor de Silica-Gel van Sjoerd Zwart geldt hetzelfde. Geen enkele verwijzing op de verpakking naar de bloedluisbestrijdende werking van de silica. Wij weten gelukkig meer.

Foto. Zaterdag 21 december 2019. Uitkooien. Joop Aelbrecht doet de tas met zijn zangkanaries dicht. Joop stopt met kweken en de clubkampioenschappen van  de NZHU was z’n laatste wedstrijd als zangkanariekweker. Een tijdperk van vele jaren kanaries kweken werd afgesloten.

Drinkwatersupplementen
Het assortiment voedings- en drinkwatersupplementen op basis van kruidenextracten en aromatische stoffen dat de bloedmijtpopulatie zou bestrijden en voor zang- en siervogelkwekers op de markt wordt gebracht breidt zich nog steeds uit.

‘BloodShield’/’Avimite’
Kort geleden mailde Piet Hagenaars me de vraag of ik ‘BloodShield’ kende en wat ik er van vond. Hij was op ‘Vogel 2020’ iemand tegen het lijf gelopen die hem op dit product had geattendeerd. Toen ik van Piet ook de samenstelling en gebruiksaanwijzing kreeg ging bij mij een lampje branden. Dit leek verdacht veel op de informatie die ik had over ‘Avimite’, dat ik al twee broedseizoenen gebruikte.
Ook ‘Avimite’ is voor de trouwe lezer van ons Contactblad geen onbekend product. Werking en ervaringen met ‘Avimite’ zijn door Jan Zonderop, Paul Schilte en ondergetekende uitvoerig beschreven in Contactblad 2019-1. Onder de productnaam ‘Avimite’ wordt in België het in Frankrijk, door ’Eurotec’h’, geproduceerde ‘LentyPou+’ verkocht. ‘Avibel’, te Zwijndrecht bij Antwerpen, is de Belgische leverancier aan pluimveebedrijven. ‘Avibel’ gunt ‘Ark van Pollare’ het alleenrecht op de verkoop van ‘Avimite’ aan particulieren. Het van oorsprong Franse ‘LentyPou+’ wordt door de te Tien-ray, Spoorstraat 54, gevestigde handelsonderneming  ‘Dosers BV’, ook wel opererend onder de naam  ‘Dosupps’, in Nederland aan pluimveebedrijven verkocht onder de naam ‘Hensupp+’.
Nu nog op zoek naar de producent van ‘BloodShield’. Het betreft de firma ‘BarnGuard’, gevestigd, je raadt het al, Spoorstraat 54, te Tienray. Toen ik naar ‘BarnGuard’ een mailtje stuurde om opheldering kreeg ik, heel correct, van Niek van Lin antwoord, met allereerst een compliment voor mijn speurwerk en vervolgens de bevestiging dat ‘BloodShield’ hetzelfde is als het door Eurotec’h geproduceerde ‘LentyPou+’.
‘LentyPou+‘ wordt primair geproduceerd voor en geleverd aan commerciële pluimveebedrijven; zo ook ‘Avimite’ en ‘Hensupp+‘. Men heeft kennelijk de markt van de particuliere sier- en zangvogel en hobbypluimveehouder ont-dekt, waardoor het middel ook voor dit afzetgebied beschikbaar is: via België onder dezelfde naam als voor de pluimveebedrijven: ‘Avimite’. ’Hensupp+’ voor particulieren heet in Nederland ‘BloodShield’.
De werking van ‘Lenty-Pou+’ is gebaseerd op aromatische stoffen en kruidenextracten. Door het middel aan het drinkwater toe te voegen worden de werkzame stoffen in het bloed opgenomen met als gevolg dat na bloedopname door de bloedmijt, het gedrag en reproductievermogen van de mijt worden beïnvloed. ‘Avimite’ en ‘BloodShield’ moeten verstrekt worden volgens een bijgesloten en behoorlijk nauw luisterende gebruiksaanwijzing.
Overigens bedient ook ‘Barn Guard’  zich van het omfloerste woordgebruik om maar de schijn te vermijden dat ‘BloodShield’ een ‘bestrijdingsmiddel’ tegen bloedmijt is. ‘BloodShield’ verstrek je aan je vogels voor: ‘een betere nachtrust’, ‘een betere hygiëne en comfort’, ‘een gezonder verenkleed’, ‘bescherming van jongen op het nest’ en ‘verminderring van stress en nervositeit’. Wel merkt men tussen haakjes op dat nervositeit vaak veroorzaakt wordt door parasieten. Dit is de enige verhulde verwijzing naar bloedmijten.
Alles wat in het verleden in ons clubblad is gepubliceerd omtrent het gebruik van ‘Avimite’ is ook van toepassing op ‘BloodShield’. Gemengde ervaringen dus, die variëren tussen uitgesproken negatief tot gematigd positief. In mailcontact dat ik met hem had, n.a.v. de door mij met hem gedeelde ervaringen met ‘Avimite’, gaf  John Santegoeds, van ‘BarnGuard-Birds’ , aan, dat voor een goede bestrijding van de bloedmijten de vogels een bloedspiegel moeten hebben met de juiste dosering ‘BloodShield’. Komen er nieuwe vogels, of gaan jonge vogels uit zichzelf drinken dan moeten ze eerst een zevendaagse startkuur met ‘BloodShield’ krijgen om die bloedspiegel op te bouwen. In de prak-tijk betekent dit dat een zangkanariekweker die meer dan 30 jongen kweekt gedurende het broedseizoen bijna iedere dag wel het ‘BloodShield’ flesje in de hand heeft om een bepaald hok de juiste dosering toe te dienen. Hij krijgt, als het broedseizoen naar wens verloopt, in het voorjaar immers regelmatig nieuwe jongen, die na verloop van tijd zelfstandig worden en dan, geïsoleerd gehuisvest, een zevendaagse kuur ‘BloodShield’ moeten krijgen. Santegoeds was het niet met mij eens dat ik dat ‘een heel gedoe’ vond.  Hij kweekt sijzen4  en ik zangkanaries en ik heb zo’n vermoeden dat ik in een seizoen meer jongen ring dan hij. Overigens wijkt de gebruiksaanwijzing van ‘Avimite’ op dit punt niet af van die van ‘BloodShield’. De aanschafprijs van ‘Avimite’ en ‘BloodShield’ verschilt trouwens wel gigantisch. Exclusief de portokosten betaal je voor een flesje ‘Avimite’ van 250 ml. € 70,00 (in de aanbieding), terwijl een flesje van 250 ml ‘BloodShield’, eveneens exclusief porto, € 19,00 kost. De dosering is hetzelfde. Dus dezelfde waar voor veel minder geld.
We moeten hierbij aantekenen dat de verkoper van ‘Avimite’ aan particulieren, ‘Ark van Pollare’, te Lennik in België, de met de verkoop verkregen baten gebruikt om een dierenasiel en een ‘zorgboerderij’ voor ‘afgedankte’  viervoeters en gevogelte draaiende te houden. Verder houdt de verkoop van ‘Avimite’ ook een aantal mensen aan het werk dat op de reguliere arbeidsmarkt niet aan de slag zou komen. Hoe belangrijk ‘Avimite’ voor de ‘Ark van Pollare’ is blijkt wel uit het gegeven dat een derde  van hun inkomsten verkregen wordt met de verkoop van ‘Avimite’. Het kopen van ‘Avimite’ is dus tevens een donatie aan deze organisatie zonder winstoogmerk.
In aansluiting op mijn in Contactblad 2019-1 gepubliceerde ervaringen met ‘Avimite’ moet ik bekennen dat ik afgelopen jaar sceptischer ben geworden omtrent de effectiviteit van ‘Avimite’ en me daarmee begint te voegen in de voetsporen van Jan Zonderop en Paul Schilte. Ter bestrijding van bloedmijt in mijn vogelverblijf heb ik het afgelopen seizoen uitsluitend ‘Avimite’ door het drinkwater verstrekt. Ik ben medio maart begonnen met de zevendaagse startkuur vlak voordat ik de poppen in de broedkooi deed. Vervolgens heb ik iedere week ‘Avimite’ gegeven: één keer per week toen de poppen zaten te broeden en toen de jongen uitkwamen 2x per week. Begin mei had ik de eerste jongen. Dus tot medio juli heb ik twee keer per week ‘Avimite’ gegeven en ben daarna weer teruggegaan naar 1 keer per week, tot in oktober. Buiten het  broedseizoen heb ik tussen oktober en medio maart de vogels geen drinkwater met ‘Avimite’ gegeven.
Tijdens het broedseizoen heb ik geen enkele aanwijzing voor de aanwezigheid van bloedmijten geconstateerd. Wanneer de jongen waren uitgevlogen heb ik het nestmateriaal, voordat ik het weggooide, op luizen gecontroleerd, maar nooit wat gevonden. In het najaar heb ik tijdens het schoonmaken, voor het eerst sinds jaren, in mijn broedhokken in naden en kieren enkele plekjes ontdekt waar een nest bloedmijten had gezeten. De eitjes zitten er waarschijnlijk nog en daarom wordt het oppassen geblazen komend voorjaar. Misschien had ik na het zelfstandig worden van de laatste jongen, eind juli,  alle vogels een zevendaagse herhalingskuur moeten geven. Ik heb nu ook via Piet Hagenaars ‘Silica-Gel’, van Sjoerd Zwart, gekocht om de kieren en spleten mee in te smeren. Dus met ‘Silica-Gel’ en ‘BloodShield’, i.p.v. het veel duurdere ‘Avimite’, ga ik weer volgens mijn eigen gebruiksaanwijzing, met nu wel een tussentijdse zevendaagse kuur aan het eind van het broedseizoen, aan de slag en hoop ik het bloedluisprobleem komend jaar in mijn vogelverblijf op een voor dier en milieu verantwoorde manier beheersbaar te houden.

Foto. Finecto+ Protect (midden) bevat weer silica, ‘Silica Gel’ van Sjoerd Zwart (rechts) en ‘BloodShield’ van Barn Guard. Onder de naam ‘Blood-Shield’ wordt het voor pluimveebedrijven ontwikkelde LentyPou+ in Ne-derland aan particuliere vogelhouders verkocht.

MiteControl
Werkt het toedienen van een supplement, zoals ‘Avimite’ en ‘BloodShield’, aan het drinkwater als bloedmijtbestrijdingsmiddel? Oftewel, worden de mijten die het bloed met de werkzame stof drinken apathisch, gaan ze minder bloed opnemen bij de vogels, geen eieren meer leggen en sterft op den duur de bloedmijtpopulatie uit? Dat is althans het effect, volgens de producent, van het verstrekken van ‘LentyPou+’/’Hensupp+’/’BloodShield’/’Avimite’ door het drinkwater.
In het al meermalen aangehaalde artikel in Contactblad 2019-1 schreef ik kort over ‘MiteControl’, dat in november 2018 was gestart. ‘MiteControl’ is een Europees project, gesubsidieerd door o.m. de Europese Unie, geconcentreerd in Nederland, België, Frankrijk en Groot Brittannië, waarin onderzoek wordt gedaan naar nieuwe duurzame behandelingsmethoden tegen bloedmijt  in leghenstallen, waarbij wordt gezocht naar de meest efficiënte combinatie van niet-chemische bestrijdingsmethodes. Zo wordt op proefbedrijven de effectiviteit onderzocht  van het gebruik van roofmijten, maar ook van voedingssupplementen als ‘NorMite’5 en drinkwatersupplementen zoals ‘LentyPou+’/’Hensupp+’/’BloodShield’/’Avimite’. Op dit moment vinden op biologische pluimveebedrijven in genoemde landen onderzoeken plaats die zullen duren tot in 2021. Verwacht wordt dat in de loop van 2022 de eerste onderzoeksresultaten openbaar worden.

Werkzaamheid ‘Hensupp+’ en ‘Alphamites DW’  – een observerend onderzoek
Razend benieuwd naar de vorderingen van ‘MiteControl’ en of er al tussentijdse resultaten bekend waren heb ik het gewaagd een mailtje te sturen naar Monique Mul. Ze is inmiddels niet meer verbonden aan de universiteit van Wageningen, maar nog wel betrokken bij bloedmijtbestrijding in de pluimveehouderij. Ze mailde mij een mede door haar geschreven, uit maart 2019 daterend, artikel met de resultaten van een in opdracht van het ministerie van Economische Zaken uitgevoerd observerend onderzoek naar de werkzaamheid van producten op basis van aromatische stoffen door het drinkwater. Van de zes middelen die hiervoor in aanmerking kwamen konden voor het onderzoek alleen bedrijven gevonden worden waar ‘Hensupp+’ en ‘Alphamites DW’ werden toegepast. Het onderzoek vond plaats in november 2016 en augustus 2017. Het artikel is van Internet te downloaden, vnl. in het Engels geschreven, maar de samenvatting, inclusief de belangrijkste conclusies, is in het Nederlands.6
Tot dusver had ik van ‘Alphamites DW’ nooit gehoord. Op Internet heb ik het volgende gevonden: ‘Alphamites DW’ is een buitenlands product dat sinds oktober 2015 in Nederland op de commerciële ‘pluimveemarkt’ wordt gebracht door importeur en groothandel in landbouwproducten ‘Innoresult’, te Markelo. De oorsprong van het middel is me niet bekend. Het is me ook niet bekend of een aan ‘Alphamites DW’ gerelateerd artikel op de markt is voor zang- en siervogelkwekers. Ook ‘Alphamites DW’ wordt aan het drinkwater toegevoegd en beoogt hetzelfde effect als ‘LentyPou+’/’Hensupp+’/’Avimite’/’BloodShield’. De samenstelling van ‘Alphamites DW’ en ‘Hensupp+’ is echter verschillend. ‘Hensupp+’ bevat o.m. extracten van boerenwormkruid en tijm, terwijl ‘Alphamites DW’ o.m. extracten bevat van wilde marjolein, rode zonnehoed, ginseng en rozen.7
In het onderzoek, naar aanleiding waarvan voornoemde artikel is geschreven, werden vier Nederlandse pluimveebedrijven die ‘Hensupp+’ en drie pluimveebedrijven die ‘Alphamites DW’ door het drinkwater aan de leghennen verstrekten onderzocht. De resultaten van deze zeven bedrijven werden zowel onderling vergeleken als met een legpluimveebedrijf waar geen van beide producten werd verstrekt, maar de bloedmijt werd bestreden met silica.
De onderzoekers hebben zich gefocust op twee onderzoeksvragen: Blijven de mijtenwijfjes onverminderd doorgaan met het leggen van eitjes ook nadat ze bloed hebben gedronken van leghennen die een bloedspiegel hebben met de in ‘Hensupp+’ en ‘Alphamite DW’ aanwezige stoffen of raken ze apathisch en stoppen ze met reproduceren.  De tweede onderzoeksvraag was of nimfen die hetzelfde bloed hebben genuttigd in staat blijken om te vervellen. Oftewel, onderbreken de stoffen in ‘Hensupp+’ en ‘Alphamite DW’ de levenscy-clus van bloedmijten na een ‘bloedmaaltijd’ en zo ja, in welke mate? De observatie van de mijtenwijfjes en de nimfen vond plaats nadat ze  één bloedmaaltijd hadden genuttigd.
Het onderzoeksresultaat is tamelijk teleurstellend voor de gebruikers en producenten van genoemde producten, want de ‘Wageningse’ onderzoekers vonden voor beide onderzoeksvragen geen significante verschillen tussen de zeven bedrijven waar aan het drinkwater voor de leghennen het kruidenextract werd toegevoegd en het controlebedrijf waar dit niet werd gebruikt.
Het percentage volwassen mijtenwijfjes dat eitjes produceerde na een bloedopname bij leghennen met een veronderstelde bloedspiegel waarin de in ‘Hensupp+’ en ‘Alphamites DW’ werkzame stoffen in voldoende mate aanwezig waren was op de proefbedrijven nauwelijks lager dan op het controlebedrijf. Ook het percentage nimfen, zowel protonimfen als deutonimfen,  dat na het drinken van het bloed met ‘Hensupp+’ en ‘Alphamites DW’ toch vervelde was niet significant lager dan op het controlebedrijf, waar de nimfen ‘gewoon’ bloed hadden genuttigd. De onderzoekers hebben dus geen bewijs gevonden dat door het drinken van water met ‘Hensupp+’ en ‘Alphmites DW’, het bloed van leghennen een samenstelling krijgt waardoor volwassen bloedmijten en nimfen van bloedmijten na één bloedopname zo apathisch worden dat de levenscyclus wordt onderbroken, met een significante vermindering van het reproductievermogen als gevolg.
De onderzoekers zijn uitermate terughoudend in het doen van algemeen geldende uitspraken over de effectiviteit van ‘Hensupp+’ en ‘Alphamites DW’ bij de bestrijding van rode bloedmijt. Daarvoor was de opzet en duur van het onderzoek als gevolg van de bescheiden subsidiepot te beperkt. Zo was het aantal onderzochte bedrijven, zeven, bescheiden. Onderzoek op meer bedrijven zal hieromtrent meer gezaghebbende conclusies opleveren. Ook weet men niet of de boeren geheel overeenkomstig de gebruiksaanwijzing ‘Hensupp+’en ‘Alphamites DW’ hebben verstrekt. Verder claimen de producenten dat toepassing van genoemde producten diverse effecten heeft, meer dan die door de onderzoekers zijn onderzocht. Tenslotte moeten we op grond van het rapport constateren dat de mijten en nimfen één bloedmaaltijd hebben genuttigd, waarna ze zijn geobserveerd en het onderzoek dus niets zegt over het effect wanneer mijten en nimfen bij herhaling bloed met de in ‘Hensupp+’ en ‘Alphamites DW’ werkzame stoffen hebben genuttigd. Juist dit laatste wordt door de leveranciers van de drinkwatersupplementen als de zwakste schakel in het onderzoek beschouwd. Dit wordt door de onderzoekers ook onderkend, maar het geld ontbrak nu eenmaal om dit specifieke, veel langere, onderzoek te verrichten. Maar ondanks al dit voorbehoud zullen na het vernemen van deze onderzoeksresultaten, namelijk dat het nuttigen van één bloedmaaltijd met de in ‘Hensupp+’ en ‘Alphamites DW’ aanwezige stoffen nauwelijks effect heeft op het reproductievermogen van de bloedmijt, bij de producenten en verkopers van ‘Hensupp+’en ‘Alphamites DW’ de champagnekurken niet geknald hebben

Reacties
De resultaten van het onderzoek van Monique Mul en haar collega’s vragen om een reactie van de producenten. Tenslotte behoort ook een schrijver van een artikel in het Contactblad van de Speciaalclub Zang NZHU het beginsel van hoor en wederhoor te respecteren. Mailtjes werden gestuurd naar John Santegoeds van ‘BarnGuard’, de leverancier van ‘BloodShield’ en naar Hans Lenvain, directeur van ‘Ark van Pollare’, de leverancier van ‘Avimite’ aan particulieren, met de vraag wat hun reactie is op de conclusies van het Wageningse onderzoeksteam.
Van Hans Lenvain kreeg ik snel een reactie. Hij was verbaasd over de sceptische conclusies van het onderzoek, omdat dit haaks stond op zijn eigen ervaringen en die van veel andere gebruikers van ‘Avimite’.  Overigens verbaasde het hem niet dat één bloedopname nog niet het gewenste effect opleverde.  Volgens Lenvain bestellen ca. 3000 particulieren bij ‘Ark van Pollare’ ‘Avimite’ en dit aantal neemt eerder toe dan af. Hij heeft weet van zeven klanten waar ‘Avimite’ niet werkt. Hij gaat er van uit dat ‘Avimite’ bij de meeste anderen doet wat het moet doen en wordt daarin bevestigd door een groot aantal positieve reacties op social media en het groeiend aantal gebruikers. Hij gaat er vanuit wanneer ‘Avimite’ geen doelmatig effect heeft op de  bloedmijtpopulatie de consumenten vanzelf zullen afhaken. Oftewel, voor hem is doorslaggevend dat de gebruikers ervaren of  ‘Avimite’ effectief is en niet het onderzoek door de Wageningse universiteit. Voor een meer inhoudelijke reactie op het rapport verwees hij me door naar ‘Avibel’, de distributeur van ‘Avimite’ voor de professionele pluimveefokkerij in België en ook zijn leverancier. Hetgeen per ommegaande door mij is gedaan.
Niet van John Santegoeds van ‘BarnGuard’, maar van Niek van Lin, van ‘Dosers BV’, de leverancier van ‘Hensupp+’,  vond ik ook binnen enkele dagen een openhartige en inhoudelijke reactie in mijn mailbox. Hij was nauw betrokken geweest bij het onderzoek en door hem verstrekte feitelijke informatie is ook in bovenstaande verwerkt. Hij maakte me ook deelgenoot van e-mail verkeer tussen hem en de leider van het onderzoeksteam, Monique Mul. Daaruit blijkt dat ‘Dosers BV’ niet erg blij was met de publicatie van het onderzoek.  Ik vermoed dat van Lin bang is geweest dat al het voorbehoud dat door de onderzoekers in het rapport wordt aangegeven door de lezer niet op waarde zou worden geschat en na uitsluitend het vernemen van de conclusie het product ‘Hensupp+’ als waardeloos terzijde zou worden geschoven. Van Lin beklemtoont dat de mijten kennelijk na één bloedopname nog niet het gewenste gedrag vertonen, maar, naar zijn vaste overtuiging, dit wel degelijk het geval is wanneer ze uitsluitend worden geconfronteerd met bloed dat de in ‘Hensupp+’ werkzame stoffen bevat en bij herhaling dit bloed hebben genuttigd. Als ‘LentyPou+’niet zou werken waarom zouden op dit moment pluimveeboeren wereldwijd aan 50.000.000 leghennen dit drinkwatersupplement verstrekken? Hij was zo overtuigd van zijn product dat hij me een gratis proefmonster aanbood om in de praktijk uit te proberen.
Van ‘Avibel’, gevestigd in het Belgische Zwijndrecht, de leverancier van ‘Avimite’ aan Belgische pluimveebedrijven, heb ik geen reactie op de conclusies van het Wageningse onderzoek mogen ontvangen, helaas.

Slot
De niet-chemische bestrijding van rode bloedmijt in legpluimveebedrijven wordt steeds serieuzer genomen. Echt grote vorderingen in het ontwikkelingen van milieuvriendelijke bestrijdingsmethoden en -middelen  kunnen op basis van wetenschappelijk onderzoek echter nog niet gemeld worden. Resultaten van een, overigens beperkt, onderzoek van de universiteit van Wageningen geven geen aanleiding tot een euforische stemming. Leveranciers, daarentegen, blijven vertrouwen houden in hun product op grond van de verkochte hoeveelheden en reacties van gebruikers.
Wellicht dat het in Europees verband veel omvangrijker, lopend, onderzoek MiteControl ons meer, wetenschappelijk verantwoorde, helderheid zal verschaffen omtrent het gebruik van drinkwatersupplementen op basis van kruidenextracten en aromatische stoffen bij de bestrijding van bloedmijten. De eerste onderzoeksresultaten worden in de loop van 2022 verwacht. Wordt dus vervolgd.  

Noten
1.      Wie deze editie van ons clubblad niet meer ter hand kan nemen, het artikel staat nog altijd op de website van de club, www.zangkanaries.nl,  onder ‘Artikelen’.
2.      College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
3.      Zie hiervoor Jaap Plokker, Niet-chemische luisbestrijding. In Contactblad Speciaalclub Zang NZHU, februari 2018, nr. 1, pp. 20-29.
4.     
https://www.serinus-society.eu
5.      ‘NorMite’ is een voedingssupplement op basis van kruidnagel en citroengras, de bron voor citronella. ‘NorMite’ wordt toegepast in o.m. de leghenpluimveehou-derij. Na inname van voeding met daarin vermengd ‘NorMite’ verspreiden de kippen een geur die bloedmijten afstoot, waardoor ze geen bloed opnemen en zich niet reproduceren. ‘NorMite’ wordt geproduceerd door ‘Nor-Feed’, gevestigd in de gemeente Beaucouzé, grenzend aan Angers, in Frankrijk. https://www.norfeed.net/en/news/nor-mite-the-natural-repellent-against-red-mites-confirms-its-efficacy-after-ingestion-by-hens/
6.      Mul, M.F., G.P. Binnendijk, J.W. van Riel, en P.G. van Wikselaar, The possible side effect of two different  drinking water additives on control of the poultry red mite . Wageningen, maart 2019, Report nr. 1098.  (https://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/fulltext/475929 ) Het rapport telt in totaal 18 bladzijden waaronder tabellen en grafieken. De Nederlandse samenvatting is ¾ A4-tje en goed leesbaar.
7.      Ibidem, Tabel 2.2

 -0-

Mededelingen




TOP